Onderzoek wijst uit dat, naarmate het opleidingsniveau van verpleegkundigen hoger is, de zorgresultaten bij patiënten beter zijn.

Daarom stellen wij de hoogste eisen aan de kwaliteit van ons studiemateriaal

Onderzoek wijst uit dat, naarmate het opleidingsniveau van verpleegkundigen hoger is, de zorgresultaten bij patiënten beter zijn.

Daarom stellen wij de hoogste eisen aan de kwaliteit van ons studiemateriaal

Van Aanvullende zorgactiviteit tot Zzp

AMEN, classificatiesysteem, EBP, EPD, suÔcidale ideatie, maar ook: marktwerking, NZa, DBC, zorgzwaartepakket, transmurale coŲrdinatie, ketenlogistiek, werklast, informatiesysteem, en: bias, cohort, empirisch, rijpercentagesÖ Wat hebben al die begrippen eigenlijk met zorgverlening te maken? Lees verder

Alles: dit zijn nog maar enkele van de vele termen waarmee verpleegkundigen geconfronteerd worden. En al staan deze begrippen ogenschijnlijk ver af van de zorgvrager, het gaat hierbij wel om de voorwaarden die nodig zijn voor een verantwoorde zorgverlening.

Deze woordenlijst is ontstaan uit enthousiasme over de ontwikkeling die het vak verpleegkunde in de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. In het nieuwe studiemateriaal voor de opleiding tot verpleegkundige passeren heel wat nieuwe begrippen en definities de revue. Bij de samenstelling van deze verklarende woordenlijst is o.a. geput uit een groot aantal studieboeken voor verpleegkundigen, waaronder de reeks Effectief Verplegen (handboeken voor evidence based verpleegkundig handelen). Voor de primaire bronnen verwijzen wij naar deze studieboeken.1

De inhoud van dit woordenboekje is afgestemd op de dagelijkse praktijk en het verpleegkundig onderwijs. Daarbij is rekening gehouden met zorgverlening in ruime zin. Zo zijn bijvoorbeeld termen opgenomen die te maken hebben met de directe beroepsuitoefening, maar ook met (case)management, organisatie van zorg, onderzoek van effectiviteit en kosten van zorg, doelmatige planning van zorg, onderwijsontwikkeling, verplegingswetenschappelijk onderzoek, nieuwe technologie (ict), etc.etc.

Deze woordenlijst is niet bedoeld om veel gebruikte classificaties opnieuw te vertalen, al hebben die een onschatbare rol gespeeld in de ontwikkeling van eenduidige taal. Classificaties voorzien in standaardisering en definiŽring van nieuwe kennis. Belangrijke classificaties zijn b.v. de ICF voor multidisciplinair gebruik in de gezondheidszorg.2 Op het specifieke terrein van de verpleegkunde zijn classificaties ontwikkeld voor verpleegkundige diagnoses (NANDA), verpleegkundige interventies (NIC) en resultaten (NOC), die echter (deels) in Nederlandse vertaling reeds beschikbaar zijn.

Noten

1 Met† dank aan onze auteurs/redacteuren van o.a.† Doelmatige zorg, Effectief Verplegen, Kwaliteitszorg en patiŽntveiligheid, Op zoek naar evenwicht, Studievaardigheden, Verpleegkundig onderzoek, Verpleegkundige besluitvorming, Verpleegkundige informatiekunde e.a. titels uit† het Kavanah-fonds.

2 De ICF is integraal openomen in het computerprogramma ZORG (een simulatie van het EPD), als een van de mogelijkheden om verpleegproblemen te benoemen.

Alle termen -  A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 
Term Verklaring
Aanpassingsstoornis 

Onvermogen zich aan te passen aan een nieuwe situatie, b.v. een depressieve reactie na verhuizing naar een verzorgings- of verpleeghuis.

Aanval 

Ander woord voor insult, ook wel toeval genoemd, een abnormale ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen ten gevolge van epilepsie; kan ook een niet-epileptische oorzaak hebben.

Aanvullende zorgactiviteit 

Activiteit die voor een zorgontvanger wordt uitgevoerd door een willekeurige andere zorgverleningspartij dan een zorgverlener.

ABC-model 

Het ABC-model is ontwikkeld om pijngedrag te verklaren bij specifieke doelgroepen. Het model benadrukt dat de non-verbale communicatie van pijngedrag belangrijke signalen zijn die door de directe zorgomgeving dienen te worden opgepikt.

ACBT 

ACBT staat voor: Active Cycle of Breathing Technique. Het is een techniek die vaak gebruikt wordt om luchtwegen vrij te maken van sputum bij patiënten met bijvoorbeeld chronische longziekten, gekenmerkt door overvloedige afscheidingen.

Accreditatie 

Accreditatie is de erkenning door een gezaghebbende organisatie dat een andere organisatie of persoon competent is om een bepaalde taak uit te voeren. De Raad voor Accreditatie is de gezaghebbende organisatie die accreditaties verleent aan certificatie-instellingen.

ACE-remmers 

Medicijnen die worden ingezet bij de behandeling van hartfalen, meestal in combinatie met een diureticum.

ACLE 

Acute Cutane Lupus Erythematodes, zie ook bij: CLE.

ACR 

American College of Rheumatology

ACR-criteria 

Criteria van de American College of Rheumatology op grond waarvan wordt vastgesteld of iemand aan RA (reumatoïde artritis) lijdt.

Actant, zorg- 

Persoon, organisatie en/of voorziening die actief betrokken is bij een zorgactiviteit

Activering, persoonlijke 

Begeleiding van ouderen bij het bewust maken van een eenzaamheids bevorderende houding of gedrag incl begeleiding bij het veranderen van deze situatie. Nadruk ligt op bevordering van sociale en emotionele steun om sociale zelfredzaamheid te versterken.

Activiteitenpatroon 

4e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Activity based methode 

Werklastberekeningsmethode op basis van individuele verpleeg-/zorg-/behandelplannen.

ACT-zorg 

Assertive Community Treatment, ambulante zorg die vanuit een multidisciplinair team op geïntegreerde wijze wordt aangeboden aan patiënten met een langdurige psychiatrische aandoening en complexe zorgvragen.

ADH 

ADH: aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (voeding).

Adjuvante behandeling 

Aanvullende behandeling van kanker die erop gericht is om niet-waarneembare tumoren of celdelingen te vernietigen, zoals b.v. chemotherapie naast operatieve behandeling.

ADL 

Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen: verrichtingen die voor alle mensen gelijk zijn en dagelijks worden uitgevoerd, omdat ze elementair en levensnoodzakelijk zijn.

ADPIE-model 

Indeling verpleegkundig proces in 5 fasen (met toevoeging van diagnostiek), zie ook: APIE-model.

Adverse event = onbedoelde schade 

Een onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het (niet) handelen van een zorgverlener en/of door het zorgsysteem met schade voor de patiënt, zodanig ernstig dat er sprake is van een tijdelijke of permanente beperking, verlenging of verzwaring van de behandeling dan wel overlijden van de patiënt.

Adverse event = vermijdbare schade 

Een onbedoelde uitkomst/gebeurtenis die is ontstaan door het onvoldoende handelen volgens de professionele standaard en/of door tekortkomingen van het zorgsysteem met schade voor de patiënt/cliënt, zodanig ernstig dat er sprake is van een tijdelijke of permanente beperking, verlenging of verzwaring van de behandeling dan wel overlijden van de patiënt. Toelichting:

1. Een vermijdbaar adverse event is dus niet het (logische) gevolg van de ziekte/aandoening of van een goed afgewogen risico of ingecalculeerd neveneffect van een behandeling (complicatie), maar het gevolg van een of meer fouten van de hulpverlener of tekortkomingen in de organisatie van de zorg.

2. Een calamiteit kan worden gezien als een zeer ernstige adverse event.

Afasie 

Stoornis in het herkennen en gebruiken van tekens, symbolen en andere componnenten van taal.

AF-bed 

Anti-decubitus bed, waarin de patiënt letterlijk in een 'vloeistof' van siliconen korrels drijft alsof hij op drijfzand ligt (ook air-fluidised bed of zandbed genoemd).

Afleiding 

De aandacht van de patiënt doelbewust op iets anders richten dan op ongewenste sensaties.

Afschrijving 

De waardevermindering door veroudering van een duurzaam artikel of goed.

Agnosie 

Perceptiestoornis, stoornis in het kennen en herkennen van voorwerpen, kleuren, gezichten, geluiden en lichaamsdelen, ondanks een goede zintuigfunctie.

Agnosie, somato- 

Perceptiestoornis, stoornis in het herkennen van eigen lichaamsdelen.

Agnosie, spatiŽle 

Perceptiestoornis, stoornis in de ruimtelijke ordening van de omgeving.

Agora 

Naam van een landelijk ondersteuningspunt Palliatieve Zorg.

Agorafobie 

Patiënten die lijden aan deze fobie zijn bang om in een voor hen specifieke situatie, angst of een paniekaanval te krijgen. De gedachte hieraan belemmert hen in hun functioneren.

Agrafie 

Onvermogen te schrijven (kan met en zonder afasie voorkomen).

Agressie 

Agressie is een vorm van gedrag om (minder of meer) bewust pijn, vernedering of schade bij anderen te berokkenen om zo een bepaald doel te bereiken.

Agressiebeheersing 

Vermogen om offensief, gewelddadig of destructief gedrag jegens anderen te bedwingen.

AGZ 

Algemene gezondheidszorg

AIDS 

Acquired Immune Deficiency Syndrome (verworven immunodeficiëntiesyndroom, zie ook: HIV).

Air-fluidised bed 

Anti-decubitus bed, waarin de patiënt letterlijk in een 'vloeistof' van siliconen korrels drijft alsof hij op drijfzand ligt (ook AF-bed of zandbed genoemd).

Alexie 

Onvermogen te lezen (kan met en zonder afsie voorkomen).

Alternerend matras 

Speciaal matras ter preventie van decubitus, dit matras bestaat uit banen die door middel van een pomp met lucht worden gevuld. Zie ook: low-air.

Alzheimer cafť 

In een Alzheimer Café komen mensen met dementie, hun naasten, hulpverleners en belangstellenden maandelijks samen. Tijdens de informele bijeenkomsten krijgen de bezoekers informatie over dementie en kunnen zij ideeën en ervaringen uitwisselen.

Alzheimer, AloÔs 

Duits psychiater, ontdekker van de ziekte van Alzheimer (1864-1915).

Alzheimer, ziekte van 

Hersenaandoening, dementie, waarbij een vroege en een late variant wordt onderscheiden. Bij de ziekte van Alzheimer gaat de achteruitgang geleidelijk, waarbij het korte termijn geheugen als eerste tekort schiet. Later treden meer stoornissen op, m.n. in de zelfredzaamheid.

Ambivalent 

Tegenstrijdig

Ambulante zorg 

Zie: Extramurale gezondheidszorg

AMEN 

Afspraken Maken En Nakomen

Anamnese 

In het verpleegkundig proces wordt hiermee de fase aangeduid waarin de problemen geïnventariseerd of vastgesteld worden.

Angst 

Vaag, onbehaaglijk gevoel met een voor de patiënt meestal onduidelijke of onbekende bron.

Angstbeheersing 

Vermogen om gevoelens van onheil en gespannenheid met een onbekende oorzaak te verminderen of weg te nemen.

Angstreductie 

Beperken van gevoelens van ongerustheid, angst, onheil of onbehaaglijkheid die verband houden met een niet-specifieke bron van verwacht gevaar.

Anoiksis 

Naam van een patiëntenvereniging, vereniging voor en door psychosegevoelige mensen zoals schizofreniepatiënten.

Anorexia nervosa 

Eetstoornis, waarbij sprake is van een verstoord lichaamsbeeld, uithongeren en een intense angst om dik te worden.

ANP 

Atriaal Natriuretisch Peptide (peptiden die worden aangemaakt in de atria van het hart).

Antropologisch 

Letterlijk: menskundig; vaak gebruikt als menselijke samenlevingen bestuderend.

Anus 

Uitmonding van de endeldarm

Anusfissuur 

Scheurtjes rondom de anus, een zeer vervelende en vooral pijnlijke aandoening.

Aorta 

Grote lichaamsslagader

APA 

American Psychiatris Association, organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgave DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Psychiatric Disorders), waarvan de meest recente versie dateert uit 2013: de DSM-5.

Apathie 

Het ontbreken van emoties, motivatie of enthousiasme; psychologische term voor extreme of ziekelijke onverschilligheid.

APIE-model 

Indeling verpleegkundig proces in 4 fasen (assessment, planning, implementation, evaluation).

Apneu 

Zie: Slaapapneu

Apraxie 

Stoornis in het bepalen van sequentie bij complexe bewegingen; beperking in het kunnen uitvoeren van doelgerichte, willekeurige en aangeleerde handelingen.

Apraxie, ideatoire 

Hierbij is het handelingsconcept of handelingsplan gestoord, de patiënt weet niet wat hij moet doen.

Apraxie, ideomotore 

Hierbij is de omzetting van een idee of plan in de motorische realisatie gestoord, er is onvermogen om het doelbewust handelen te verrichten, ondanks een intact handelingsplan. De patiënt weet wat hij moet doen, maar niet hoe hij het moet doen.

Apraxie, verbale 

Spraakstoornis, waarbij het programmeren van de achtereenvolgende spierbewegingen, ofwel het bewust plannen van de articulatie, gestoord is.

Arbeidsproductiviteit 

De hoeveelheid producten, diensten of werk die geleverd wordt.

Arbeidssatisfactie 

De (mate van) tevredenheid met werk of baan.

ARBO 

Arbeidsomstandigheden

Arousal 

Mentale functie die zorgt voor waakzaamheid en alertheid en een zich bewust zijn van de omgeving, zelfbewustzijn.

Arteria pulmonalis 

Longslagader: het bloedvat dat zuurstofarm bloed van de rechterkamer van het hart naar de longen pompt. In de longen neemt het bloed zuurstof op en stroomt vervolgens door naar de linkerzijde van het hart. De linkerkamer van het hart pompt het bloed via de grote lichaamsslagader (aorta) door de rest van het lichaam en voorziet het lichaam zo van zuurstof.

Artritis psoriatica 

Dit is een vorm van ontstekingsreuma die voorkomt bij mensen met de huidziekte psoriasis.

Artrose 

Reumatische ziekte die kan ontstaan na een gewrichtsontsteking of bij zwakke gewrichtsbanden. Het is een op zichzelf staande ziekte, geen verouderingsproces.

Ascites 

Opeenhoping van vocht in de buikholte

A-segment 

Het segment van de gezondheidszorg waarvoor (nog) geen vrije tarieven gelden.

Aselect 

Een manier van steekproef trekken die maakt dat elk individu uit de onderzoekspopulatie een even grote kans heeft om in de steekproef te komen, het lot bepaalt.

ASS 

Acute stress stoornis

Assessment 

Beoordeling t.b.v. het meten van kennis, vaardigheden en competenties in een beroepsrelevante context aan de hand van objectieve en gestandaardiseerde criteria.

Assessor 

Beoordelaar in een assessment.

Associatiemaat 

Een maat die het verband tussen twee variabelen aangeeft, bijvoorbeeld een correlatiecoëfficiënt.

Attributief risico 

Het risicoverschil voor mensen onder verschillende omstandigheden.

Audiometrie 

Gehooronderzoek

Audit 

Kwaliteitsevaluatie: een systematisch en onafhankelijk onderzoek om te bepalen of kwaliteitsactiviteiten en de resultaten hiervan overeenkomen met vastgelegde regelingen en of deze laatste doeltreffend ten uitvoer zijn gebracht en geschikt zijn voor het bereiken van de doelstellingen.

Ook: systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces voor het verkrijgen van audit bewijsmateriaal en het objectief beoordelen daarvan om vast te stellen in welke mate aan overeengekomen auditcriteria is voldaan. Een audit kan zowel intern als extern worden uitgevoerd.

Audit criteria 

Geheel van beleidslijnen, procedures of eisen (normen) die worden gebruikt als referentie.

Auto-anamnese 

Ander begrip voor de anamnese die wordt afgenomen bij de patiënt zelf (dus niet bij familie of anderen).

Auto-immuun ziekte 

Een auto-immuunziekte treedt op als er bij het opruimen van lichaamseigen celresten iets mis gaat. Daarbij richt het menselijk immuunsysteem zich tegen de mens zelf.

Automutilatie 

Zichzelf opzettelijk (niet-dodelijk) letsel toebrengen; ook ernstige vormen van zelfverwondend gedrag met een duidelijk verminkend karakter, zoals het uitsteken van ogen of de amputatie van lichaamsdelen (meestal tijdens een psychotische episode).

Aversietherapie 

Aversietherapie is een gedragstherapeutische techniek, die vooral gebruikt wordt bij het behandelen van afwijkende impulsen die de patiënt bevrediging geven.

AVVV 

Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden, koepelorganisatie die de belangen behartigt van de aangesloten beroepsverenigingen van verpleegkundigen, zie ook V&VN.

AWBZ 

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten: op grond van deze wet wordt de care-sector grotendeels gefinancierd.

Bachelor Nursing 2020 

De naam van een gemeenschappelijk opleidingsprofiel, dat er naar streeft dat alle verpleegkundigen met een bachelor nursing breed opgeleid en breed inzetbaar zijn.

Balans 

Momentopname van de financiële toestand van een organisatie of  instelling.

Basisechelon 

De preventieve gezondheidszorg

BDD 

Body Dismorphyc Disorder, stoornis in de lichaamsbeleving (ingebeelde lelijkheid).

Bechterew, ziekte van 

De ziekte van Bechterew is een vorm van ontstekingsreuma, die vooral de gewrichten van rug, heupen en knieën treft.

Bedieningstijd 

Daadwerkelijk aan zorgvragers bestede tijd

Begroting 

Een schatting van voor een komende periode benodigde personele en/of materiële middelen (of verwachte opbrengsten), veelal in geld uitgedrukt.

Belasting (van mantelzorger) 

Mate van biopsychosociale druk op iemand die langdurig voor een familielid/significante ander zorgt.

Beleidsgerichte budgettering 

Methode van interne budgettering op basis van door organisatieonderdelen geformuleerd en vastgesteld beleid.

Belevingsgerichte zorg 

Hierbij wordt niet uitgegaan van één specifieke methode, maar worden elementen van verschillende belevingsgerichte behandellings- en begeleidingsmethoden (zoals b.v. validation, ROT, reminiscentie e.d.) in de dagelijkse zorg geïntegreerd.

Bemoeizorg 

Een vorm van sociaal-psychiatrische hulpverlening die zich richt op complexe probleemsituaties van sociaal kwetsbare mensen die zelf niet om hulp vragen.

Benauwdheid 

Een afwijkende gewaarwording, zich uitend in het gevoel geen of onvoldoende lucht te krijgen.

Beoogd resultaat 

Het beoogde resultaat is een weergave van de nagestreefde effecten van verpleegkundige tussenkomst en is gebaseerd op de gestelde diagnose, prognose en de voorgenomen interventie.

Beoordelingscriterium 

Kenmerk waarop gedragingen en/of producten (conform SMART) worden beoordeeld.

BERA 

Brainstem Evoked Response Audiometry, gehooronderzoek, hersenstam-audiometrie. Deze vorm van audiometrie meet kleine elektrische spanningen die in de hersenen ontstaan (en in de zenuw er naar toe) t.g.v. het aanbieden van geluid.

Beroepsloopbaanbegeleider 

Ervaren beroepsbeoefenaar die op grond van zijn deskundigheid t.a.v. een bepaald beroep in staat en bereid is mensen te begeleiden en te coachen bij de ontwikkeling van hun beroepscompetenties.

Beschrijvende epidemiologie 

Informatieverzameling t.b.v. planning, preventie en behandeling; houdt zich bezig met de omvang of de frequentie van gezondheidsproblemen.

Besluitvorming 

Vermogen om een keuze te maken uit twee of meer alternatieven.

Besluitvorming, ondersteuning bij 

Informatie verstrekken aan en ondersteunen van de patiënt die een besluit moet nemen over de zorg/behandeling.

Besluitvormingsanalysemethode 

Methode om te bepalen welke informatie groepen of personen nodig hebben ten behoeve van de door hen te nemen besluiten.

Bestelhoeveelheid (Q) 

De hoeveelheid (‘quantity’) die van een artikel besteld moet worden zodra de voorraad beneden het bestelniveau is.

Bestelniveau (B) 

De voorraad die van een bepaald artikel minimaal aanwezig moet zijn.

Bestuurlijk informatiesysteem 

Informatiesysteem waarmee de informatie die voor het besturen van een organisatie, afdeling of proces (productieproces / dienstverleningsproces) noodzakelijk is, wordt verzameld, vastgelegd, verwerkt en verstrekt.

BŤtablokkers 

Medicijnen die de belasting van het hart verminderen, hoofdzakelijk door het vertragen van de hartslag waardoor het hart zich beter kan vullen.

Betrouwbaarheid 

De mate waarin herhaalde metingen van hetzelfde onder dezelfde omstandigheden dezelfde uitkomst geven; ook wel nauwkeurigheid, precisie, herhaalbaarheid of reproduceerbaarheid genoemd.

Bevordering van coping 

De patiënt helpen zich aan te passen aan vermeende stressoren, veranderingen of bedreigingen die hem belemmeren in de vervulling van zijn taken en rollen.

Bewindvoerder 

Degene die de materiële belangen en financiën behartigt van een zorgvrager die daartoe zelf niet in staat is.

Bewust genomen risico 

Een door de hulpverlener afgewogen risico of ingecalculeerd neveneffect van een behandeling die in de vakliteratuur is beschreven en waarbij het beoogde effect van de behandeling van groter belang wordt geacht dan de ernst van de schade of de kans op het ontstaan daarvan.

Bezettingsgraad 

De mate waarin duurzame gebruiksmiddelen (gebouwen, apparatuur, aantal beschikbare bedden, e.d.) daadwerkelijk worden gebruikt (benut) ten opzichte van het maximaal mogelijke gebruik.

Bezettingsplan 

Personeelsplanning met een perspectief van maximaal 1 jaar.

Bias 

Vertekening; hiervan wordt gesproken als er systematische fouten zijn in tegenstelling tot toevallige fouten die geen vertekening geven maar de precisie schaden.

BIG 

(Wet) Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg

Bijna thuis huis 

Huis waar mensen kunnen worden opgenomen en verzorgd in de laatste fase voor hun overlijden. Hier werken alleen vrijwilligers, vaak is er wel één betaalde kracht, de coördinator.

Bijna-incident 

Bijna-incident/near miss (incident zonder schade): Een onbedoelde gebeurtenis ontstaan door het onvoldoende handelen volgens professionele standaard en/of tekortkomingen van het zorgsysteem, die a) niet nadelig is voor de cliënt omdat de gevolgen op tijd zijn onderkend en gecorrigeerd, of b) waar de gevolgen niet van invloed zijn op het fysiek, psychisch of sociaal functioneren van de cliënt. Zie ook: complicatie en adverse event.

Bipolaire stoornis 

Depressie, eenmalig of recidiverend

Bivariate analyse 

Een analyse waarbij twee variabelen betrokken worden; vergelijk univariate en multivariate analyse.

Blindering 

Hiervan is sprake als patiënten niet weten in welke controlegroep zij zitten (met of zonder placebo danwel experimenteel middel): zij zijn geblindeerd.

BMI 

Body Mass Index: antropometrische maat waarin lichaamsgewicht in verband wordt gebracht met lichaamslengte (ook wel Quetelet-index genoemd).

BNP 

B-type Natriuretisch Peptide (peptiden die worden aangemaakt in de ventrikels van het hart).

BoKS 

Een Body of Knowledge & Skills (BoKS) geeft toegang tot geborgde kennis en kan worden uitgebreid, verdiept of aangescherpt met best practices uit de praktijk, waarbij nieuwe kennis in bestaande kennis wordt geïntegreerd. Een concreet voorbeeld van dergelijke integratie van nieuwe in bestaande kennis wordt gevormd door de boekenreeks Effectief Verplegen (dl 0 t/m 4).

Borgschaal 

De borgschaal is een meetinstrument, b.v. om benauwdheid te meten. De patiënt wordt gevraagd een cijfer aan de door hem ervaren inspanning en kortademigheid te geven. Vgl ook VAS (Visual Analoque Scale): om pijn of benauwdheid te meten.

Bottoming-out effect 

Treedt op bij gebruik van lucht- en/of andere kussens ter preventie van decubitus. Hierbij wordt de patiënt niet meer door het kussen gesteund, maar steunt hij op de laag waar het kussen op ligt.

Boulimia nervosa 

Eetstoornis, gekenmerkt door het herhaaldelijk ongecontroleerd eten van grote hoeveelheden voedsel, gevolgd door compenseergedrag (zoals braken en laxeren of overmatig bewegen).

BQ-systeem 

Systeem waarbij een bepaalde hoeveelheid Q van een artikel besteld wordt zodra de voorraad lager is dan een bepaald niveau B.

Bronchiaaltoilet 

Dagelijkse toepassing van huff-/hoesttechnieken om slijm op te geven, ter voorkoming van luchtweginfecties (slijm vormt de voedingsbodem voor diverse ziekteverwekkers).

Bruto-netto berekening 

Berekening hoeveel dagen of uren een medewerker in een bepaalde periode daadwerkelijk (= netto) werkt (inzetbaar is), uitgaande van diens (bruto) aanstelling, na aftrek van vrije dagen, ziekte, vakantie, cursussen, e.d.

B-segment 

Het segment van de gezondheidszorg waarvoor vrije tarieven gelden.

Budget (of taakstellende begroting) 

De voor een komende periode toegestane of vastgestelde inzet of verbruik van  personele en/of materiële middelen (of gewenste opbrengsten), veelal in geld uitgedrukt.

Budgethouder 

Degene die een bepaald toegekend budget beheert en bewaakt.

Budgetsegment 

Datgene waarop een bepaald budget betrekking heeft.

Budgetteringscyclus 

De (meestal jaarlijkse) cyclus die doorlopen wordt ter bepaling, vaststelling, tenuitvoerlegging, bewaking en toetsing van een budget.

Cachexie 

Ongewenst gewichtsverlies/ondergewicht

Calamiteit 

Een niet beoogde of onverwachte gebeurtenis in de gezondheidszorg die tot de dood of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid, optredende bij een (para)medische, verpleegkundige of verzorgende handeling of bij de toepassing van een product of apparaat in de gezondheidszorg dan wel voortkomend uit een manco in een voorziening of een kwaliteitsafwijking van een product of apparaat dat toepassing vindt in de gezondheidszorg.

CAM 

1) Complementary and and Alternative Medicine (CAM), complementaire zorg.

2) De Confusion Assessment Method (CAM) is een meetinstrument dat soms door verpleegkundigen gebruikt. Dit instrument vraagt echter meer inhoudelijke kennis van het delirium dan andere meetinstrumenten.

CAN 

Camberwell Assessment of Need, meetinstrument dat de zorgbehoefte en sociale behoeften meet van mensen met psychische problematiek.

CanMEDS 

Naam van een systeem om de verschillende competenties van zorgprofessionals te beschrijven.

CanMEDS-rollen 

De CanMEDS-systematiek bestaat uit 1 centrale rol (de zorgverlener met vakinhoudelijke competenties) en 6 rollen die daarmee samenhangen (communicator, samenwerkingspartner, reflectieve EPB-professional, gezondheidsbevorderaar, organisator en professional). Bij elke rol hoort dus een competentie. De CanMEDS-rollen nemen in het nieuwe opleidingsprofiel Bachelor Nursing 2020  een centrale plaats in.

CAO 

Collectieve Arbeidsovereenkomst

CARA 

Chronische Aspecifieke Respiratorische Aandoeningen

Cardiale cachexie 

Ongewenst gewichtsverlies/ondergewicht

Care sector 

De sector van de gezondheidszorg die niet primair op genezing, maar op verpleging, verzorging en huisvesting is gericht.

Caregiver Strain Index 

Meetinstrument voor diagnostiek naar overbelasting van de mantelzorg, waarmee een indruk kan worden verkregen van de mate van overbelasting.

CarerQol 

Meetinstrument voor diagnostiek naar overbelasting van de mantelzorg, waarmee een indruk kan worden verkregen van de mate van overbelasting.

Case manager 

Degene die voor één of meer individuele zorgvragers toezicht houdt op hun totale zorgproces of dit behartigt, iemand die in het totale zorgproces fungeert als vraagbaak, praatpaal en vangnet.

Case report 

Hulpmiddel om bestaande kennis in kaart te brengen; beschrijft en bediscussieert een zeldzaam verschijnsel, toestand, klacht, complicatie of interventie bij een patiënt, danwel een onduidelijke relatie tussen klachten, symptomen en een ziekte of een onverwachte gebeurtenis tijdens het ziekteproces.

Causaal 

Oorzakelijk; de grootte of aanwezigheid van het ene concept wordt door het andere bepaald.

CBO 

Centraal Begeleidingsorgaan voor Intercollegiale Toetsing

CBS 

Centraal Bureau voor de Statistiek

CC 

Cochrane Collaboration, databank die onafhankelijke informatie geeft over de bruikbaarheid van gezondheidszorg-interventies en de waarde van diagnostische testst o.b.v. gepubliceerd literatuuronderzoek.

CCLE 

Chronische Cutane Lupus Erythematodes, zie ook bij: CLE.

Centrale Indicatiestelling Zorg 

Het orgaan dat wettelijk bevoegd is om vast te stellen voor welke zorg iemand op grond van de AWBZ in aanmerking komt.

Centrale tendentie 

De maten met behulp waarvan de gegevens van een grote groep mensen worden gerangschikt en samengevat, te weten: het gemiddelde, de mediaan en de modus.

Certificatie 

Activiteiten op grond waarvan een onafhankelijke instantie kenbaar maakt dat er een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat in het feit dat een duidelijk omschreven onderwerp van certificatie in overeenstemming is met een bepaalde norm of een bepaald eisenstellend document.

CGA 

Het Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) is een multidisciplinair meetinstrument, dat bij de intake van een geriatrische patiënt wordt gebruikt. Vaststellen van voedingsproblemen en mogelijke oorzaken van ondervoeding maken deel uit van dit instrument.

CGT 

cognitieve gedragstherapie

Chad Boult 

Grondlegger van de Guided care, zorgmodel voor thuiswonende ouderen, zie aldaar.

Chemotherapie 

Behandeling die ten doel heeft de celdeling te remmen, b.v. als er uitzaaiingen gediagnosticeerd zijn of daar een vermoeden van is.

CINAHL 

Cumulative Index to Nursing and Allied Health, elektronische databank die vooral literatuurverwijzingen naar Engelstalige tijdschriftartikelen bevat op het gebied van de algemene en specialistische verpleegkunde en paramedische beroepen. Bevat tevens full text publicaties van de American Nurses Association en de National League for Nursing.

CIPII 

Continue intraperitoneale insuline infusie, een effectieve vorm van intensieve insuline therapie die uitsluitend toegepast kan worden in behandelcentra die daar toestemming voor hebben. Toepassing indien het niet mogelijk is de diabetespatiënt op een andere, reguliere wijze te behandelen (b.v. bij mensen met subcutane insulineresistentie of met veel onbegrepen hypoglykemieën).

CIZ 

Centrale Indicatiestelling Zorg: het orgaan dat wettelijk bevoegd is om vast te stellen voor welke zorg iemand op grond van de AWBZ in aanmerking komt.

Classificatiesysteem 

Systeem waarin de begrippen in een bepaalde orde verschijnen: begrippen worden in een classificatie met elkaar in relatie gebracht.

Classificeren 

Het ordenen van begrippen volgens generieke relaties.

CLE 

Cutane Lupus Erythematodes, vorm van lupus waarbij alleen de huid is aangedaan.

CliŽnt 

De cliënt is de afnemer van de zorg- en dienstverlening van de organisatie. In sommige sectoren wordt de term cliënt gehanteerd. Met de cliënt wordt in sommige gevallen ook het cliëntsysteem (cliënt én direct betrokkenen genoemd). Met de cliënt wordt ook bedoeld zijn wettelijke vertegenwoordiger.

CliŽntveiligheid 

Het (nagenoeg) ontbreken van (de kans op) aan de patiënt toegebrachte lichamelijke en/of psychische schade die is ontstaan door het niet volgens de professionele standaard handelen van zorgverleners en/of door tekortkomingen van het zorgsysteem.

Co-assessment 

Zelfbeoordeling en het vragen van feedback aan medestudenten, collega’s en/of docent-begeleiders.

Cochrane Collaboration 

Databank die onafhankelijke informatie geeft over de bruikbaarheid van gezondheidszorg-interventies en de waarde van diagnostische testst o.b.v. gepubliceerd literatuuronderzoek.

Cognitie en waarnemingspatroon 

6e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Cognitieve functiestoornis 

Stoornis die zich op verschillende manieren kan uiten, b.v. in verslechtering van het geheugen, meer moeite met het leren van nieuwe dingen, vertraagd denken, moeite moet abstract denken of plannen, of snelle mentale uitputting.

Cohort 

Groep waarbij je een heel leven lang blijft horen (b.v. de groep van studenten HBO-V die in 2015 begon).

Cohort-onderzoek 

Onderzoek waarbij men twee groepen mensen (cohorten), een met en een zonder een bepaalde expositie, in de tijd vervolgt en afwacht hoeveel mensen in

Colostoma 

Stoma op de dikke darm

COMFORT schaal 

Een in Nederland veel gebruikte schaal voor het meten van pijn bij jonge kinderen op de intensive care en voor postoperatieve pijn bij deze doelgroep. Deze schaal bevat 7 gedragingen die gedurende 2 minuten gescoord worden door de verpleegkundige.

Communicatie, verstoorde verbale 

De mate waarin een individu minder goed of niet in staat is om informatie over te brengen of van een ander te ontvangen. Er zijn problemen met het uitwisselen van gedachten, ideeën of wensen.

Comorbiditeit 

Het tegelijkertijd voorkomen van meer dan één of twee ziektes (lichamelijk) of stoornissen (psychisch).

Competentie 

Het geheel van kennis, vaardigheden en attitude (beroepshouding) dat nodig is om in een bepaald beroep aan de geldende kwaliteitseisen te voldoen.

Competentiegericht onderwijs 

Onderwijs dat gericht is op het geïntegreerd aanleren van kennis, vaardigheden en attitude voor een bepaald beroep.

Complementaire zorg 

Zorg die naast de standaardzorg gegeven wordt, ook wel: Complementary and and Alternative Medicine (CAM) genoemd. Het gaat hierbij om zorg die past binnen het domein van een professie, zoals verpleging of geneeskunde, en is altijd aanvullend.

Complicatie 

Een onbedoelde en ongewenste uitkomst tijdens of volgend op het (niet) handelen van een hulpverlener, die voor de gezondheid van de cliënt zodanig nadelig is dat aanpassing van het medisch (be)handelen noodzakelijk is dan wel dat er sprake is van (onherstelbare) schade.

Concept 

1 Een abstract begrip dat op grond van waarnemingen of theoretische gronden geconstrueerd is; concepten vormen de bouwstenen van theorieën; zij kunnen pas na operationalisatie tot een variabele gemeten worden, bijvoorbeeld sociale klasse kan tot opleiding of inkomen geoperationaliseerd worden.

2 Eenheid van gedachte die door abstractie is ontwikkeld op basis van gemeenschappelijke eigenschappen van een verzameling van één of meer referenten.

Confirmability 

Verifieerbaarheid, objectiviteit (onderzoeksjargon).

Conformiteit 

Het voldoen aan een eis (norm).

Confounding 

Verstorende factor, die een schijnverband teweeg brengt

Continu verbeteren 

Zich herhalende activiteit om het vermogen om aan eisen te voldoen te vergroten. Het proces van het vaststellen van doelstellingen en het vinden van kansen voor verbetering is een continu proces dat gebruik maakt van audit bevindingen en audit conclusies, analyse van gegevens, directiebeoordelingen of andere

Continue 

De eigenschap van een variabele dat hij alle mogelijke waarden aan kan nemen in tegenstelling tot discreet; voorbeeld: leeftijd versus aantal kinderen.

Conventionele budgettering 

Methode van interne budgettering conform van buitenaf of van hogerhand vastgestelde criteria.

Convex 

Huidplaat met een bolling, die als opvangmateriaal bij een stoma wordt gebruikt.

CoŲrdinatie 

Het op elkaar afstemmen

- van de zorg of behandelingen verricht door een zorgverlener (coördinatie op microniveau)

- van menselijke arbeid, materiële middelen en financiële middelen in een organisatie (coördinatie op mesoniveau)

- van de zorg of behandelingen verricht door een bepaalde discipline (monodisciplinaire coördinatie)

- van de zorg of  behandelingen verricht door verschillende betrokken disciplines (multi- of interdisciplinaire coördinatie)

- van de zorg of behandelingen verricht door verschillende betrokken zorginstellingen of –instanties (transmurale coördinatie)

COPD 

Chronic Obstructive Pulmonary Disease (chronisch obstructief longlijden).

Coping 

Verzameling van gedachten en gedragingen met het doel het evenwicht tussen draaglast en draagkracht te herstellen als deze bedreigd wordt door stress.

Coping, bevordering van 

De patiënt helpen zich aan te passen aan vermeende stressoren, veranderingen of bedreigingen die hem belemmeren in de vervulling van zijn taken en rollen.

COPZ 

Centra Ontwikkeling Palliatieve Zorg

Cornell Scale 

Voluit: Cornell Scale voor depressie bij dementie. Meetinstrument voor de diagnostiek van depressie bij dementerende mensen.

Corpus alienum 

Vreemd voorwerp in het lichaam

Correctie 

Maatregel genomen om een waargenomen afwijking weg te nemen.

Correlatie 

Samenhang; voor op interval gemeten variabelen wordt de Pearsons r, voor ordinaal gemeten variabelen de Spearmans r of Kendalls tau correlatiecoëfficiënt gebruikt om de mate van samenhang weer te geven.

Correlatie- (of ecologisch) onderzoek 

Onderzoek dat niet met behulp van zelf verzamelde gegevens wordt uitgevoerd, maar waarbij men probeert al bestaande gegevens met elkaar in verband te brengen.

Corrigerende maatregel 

Maatregel om de oorzaak van een waargenomen afwijking of andere ongewenste situatie weg te nemen. Corrigerende maatregelen worden getroffen om herhaling te voorkomen. Preventieve maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat zich iets voordoet.

Corroboreren 

Ondersteunen of bevestigen; hiervan wordt gesproken wanneer onderzoeksbevindingen in overeenstemming zijn met theoretische verwachtingen.

Counseling 

Toepassen van een interactief hulpverleningsproces dat gericht is op de behoeften, problemen of gevoelens van de patiënt en significante anderen, met als doel: de coping- en probleemoplossende vaardigheden en interpersoonlijke relaties te verbeteren of te ondersteunen.

CPM 

Critical Path Method, voorbeeld van een klinisch pad (zie aldaar).

CRC 

Colo Rectaal Carcinoom

Creutzfeldt-Jacob, ziekte van 

Zeldzame hersenziekte, waarbij de hersencellen in een snel tempo afsterven.

Crisisinterventie 

Toepassen van counseling op korte termijn om de patiënt te helpen met een crisis om te gaan en weer op hetzelfde of een beter niveau te gaan functioneren dan voor de crisis.

Critical Success Factors Methode 

Methode om te bepalen welke informatie een manager nodig heeft om de factoren te kunnen bewaken die van invloed zijn op het bereiken van bepaalde doelstellingen.

CSI 

Caregiver Strain Index: meetinstrument voor diagnostiek naar overbelasting van de mantelzorg, waarmee een indruk kan worden verkregen van de mate van overbelasting.

CSII 

Continue Subcutane Insuline Infusie: continue afgifte van kleine hoeveelheden insuline, de basale hoeveelheid en de afgifte van extra insuline vlak voor of tijdens maaltijden, de bolus.

CTG 

cognitieve gedragstherapie

CT-scan 

Computer Tomogram: diagnostisch middel om een tumor en eventuele uitzaaiingen op te sporen. Hierbij worden zeer gedetailleerde dwarsdoorsneden gemaakt van het lichaam, waardoor organen en weefsels goed te zien zijn.

Curatieve behandeling 

Behandeling van bijvoorbeeld kanker die geheel gericht is op genezing.

Curatieve gezondheidszorg 

De gezondheidszorg die zich niet zozeer richt op het voorkómen van ziekten, gebreken of handicaps, maar op genezing, verpleging, verzorging en/of  behandeling ervan.

Curator 

Zie: Bewindvoerder

Cure sector 

De sector die primair op genezen is gericht

Cushing, syndroom van 

Syndroom dat gekenmerkt wordt door de volgende symptomen: typische vetverdeling, een opgeblazen gelaat, afbraak van spiermassa, dunner wordend haar en een dunner wordende huid.

CVA 

Cerebro Vasculair Accident

CVD 

Centraal veneuze druk

CVTM 

Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg

CVTM-regeling 

Subsidieregeling van het CVTM (Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg).

Cystitis, interstitiŽle 

Chronische, niet door bacteriën veroorzaakte ontsteking van de blaaswand.

Cytostatica 

Medicamenten die worden ingezet bij chemotherapie, zie aldaar.

DBC 

Diagnose Behandeling Combinatie: een bepaalde reeks behandelingen gekoppeld aan een bepaalde diagnose waarvoor een bepaald tarief is vastgesteld of wordt afgesproken.

Dťbridement 

Verwijdering van niet vitaal (necrotisch) weefsel (débris) uit chronische wonden; bij ernstige chronische wonden is het vrijwel altijd noodzakelijk om een débridement uit te voeren alvorens met verbandtherapie te starten.

Decision support programma 

Computerprogramma waarmee een manager op basis van verzamelde informatie optimale besluiten kan nemen.

Decubitus 

Degeneratieve verandering van het weesel die ontstaat door een zuurstoftekort t.g.v. druk en schuifkracht. De duur en intensiteit van de druk en schuifkracht noodzakelijk om decubitus te veroorzaken, wordt beïnvloed door de weefseltolerantie.

Deductief 

Afgeleid vanuit een theorie, in tegenstelling tot inductief.

Deelcalculatie methode 

Bepaalde methode om de indirecte kosten toe te rekenen (door te berekenen) naar het primaire proces.

Defecatie 

Stoelgang, ontlastingspatroon

Defecatiestoornis 

Stoornis in de eliminatie van afvalprodukten en onverteerd voedsel in de vorm van feces, en verwante functies, zoals de fecale consistentie bij obstipatie en/of diarree.

Defensieve coping 

Herhaalde projectie van een ongerechtvaardigd positieve zelfbeoordeling binnen een patroon van zelfbescherming tegen vermeende bedreigingen van een positief zelfbeeld.

Degressief variabele kosten 

Kosten die minder dan evenredig toe- of afnemen naarmate de productie of dienstverlening toeneemt of afneemt.

Dehydratie 

Uitdroging, tekort aan vocht

Delirium 

1) Acuut optredende verwardheid, b.v. door uitdroging of intoxicatie; 2) psychotisch toestandsbeeld zonder dat er sprake is van een schizofrenie.

Delphimethode 

Methode waarmee getracht wordt een beeld van de toekomst te verkrijgen door het (veelal geanonimiseerd) raadplegen van deskundigen.

Delphi-onderzoek 

Onderzoeksvorm waarin resultaten verkregen worden door de mening van deskundigen te inventariseren en in verschillende Delphi-ronden tot overeenstemming (consensus) te komen.

Dementie 

Hersenaandoening, letterlijk: ontgeesting. Veroorzaakt algehele achteruitgang, stemmingswisselingen en gedragsveranderingen, maar de ziekte is op den duur zo verwoestend dat betrokkene in de laatste fase nog nauwelijks lijkt op wie hij was.

Dementie, frontotemporale 

Is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen jonger dan 65 jaar. Openbaart zich dus bij relatief jonge mensen: tussen 50-60 jaar. Opvallend zjn de vroeg optredende veranderingen in het sociale functioneren.

Dementie, vasculaire 

Komt bij ca 15% van mensen met dementie voor en wordt vooral veroorzaakt door beschadigingen van het hersenweefsel a.g.v. atherosclerose en CVA. Het ziektebeloop is vaak grilliger dan bij 'gewone' dementie.

Deming circle 

Verbetercyclus, ook wel Plan-Do-Check-Act (PDCA) genoemd. Met betrekking tot kwaliteit wordt deze als volgt beschreven:

Plan: Bepalen van de gewenste kwaliteit van zorg die de organisatie levert

Do: Uitvoeren wat er is bepaald/vastgelegd

Check: Bewaken en controleren of daarmee de kwaliteit is behaald

Act: Verbeteren van de kwaliteit

Dependability 

Plausibiliteit, betrouwbaarheid (onderzoeksjargon).

Depressie 

Stemmingsstoornis, ook: bipolaire stoornis

Depressie, early onset 

Depressie die bij (jong)volwassenen optreedt, in tegenstelling tot de late onset depressie, zie aldaar.

Depressie, late onset 

Stemmingsstoornis die pas op latere leeftijd (meestal 5-60 jaar) voor het eerst optreedt.

Dermatillomanie 

Stoornis waarbij sprake is van zelf toegebrachte huidbeschadigingen, ook skin picking genoemd.

Design 

Onderzoeksontwerp

DHI 

Dysphagia Handicap Index, maar ook: Deglutition Handicap Index (DHI). Beide zijn vragenlijsten die de impact van slikproblemen op kwaliteit van leven inventariseren.

Diabetes mellitus 

Groep stofwisselingsziekten die allemaal gekenmerkt worden door hoge bloedglucosewaarden (hyperglykemie).

Diabetes type 1 

Manifesteert zich vaak op jonge leeftijd, voor het 30e levensjaar. De oorzaak is vernietiging van de bètacellen in de pancreas, vaak als gevolg van een auto-immuunreactie. Erfelijkheid speelt maar een kleine rol.

Diabetes type 2 

Treedt meestal pas op na het 40e levensjaar en blijft soms jarenlang onontdekt. Bij type 2 speelt naast een falende insulinesecretie ook insulineresistentie een belangrijke rol. Deze resistentie wordt zowel veroorzaakt door erfelijke als omgevingsfactoren en leefstijl (overgewicht en gebrek aan lichamelijke activiteit).

Diabetesrevalidatie 

Educatieprogramma voor diabetici, waarbij de patiënt gedurende langere tijd één dag per week een multidisciplinair begeleidings- en educatieprogramma krijgt aangeboden.

Diagnose Behandeling Combinatie 

Een bepaalde reeks behandelingen gekoppeld aan een bepaalde diagnose waarvoor een bepaald tarief is vastgesteld of wordt afgesproken.

Diagnose, verpleegkundige 

1 Een vaststelling van iemands feitelijke of mogelijke reacties op gezondheidsproblemen of levensprocessen, op grond waarvan verpleegkundige zorg kan worden verleend.

2 Een verpleegkundige diagnose is een klinische uitspraak over de reacties van een persoon, gezin of groep op feitelijke of dreigende gezondheidsproblemen en/of levensprocessen. De verpleegkundige diagnose is de grondslag voor de keuze van verpleegkundige interventies, voor de resultaten waarvan de verpleegkundige aansprakelijk is (NANDA).

Diagnostische epidemiologie 

Onderzoek waarbij wordt nagegaan met welke diagnostische tests men het best een bepaald gezondheidsprobleem kan identificeren. Zie ook: klinische epidemiologie.

Dichotoom 

Slechts twee waarden aannemend; eigenschap van een variabele, bijvoorbeeld geslacht.

Dienstlijst 

Registratie van de daadwerkelijk door het personeel vervulde diensten.

Dienstrooster 

Registratie van de daadwerkelijk door het personeel vervulde diensten. Planning van de door het personeel te vervullen diensten.

Dienstverlenende organisatie 

Een organisatie die iets met mensen doet (de input van het primair proces zijn te behandelen personen, de output zijn de behandelde personen).

Differentiatie 

Die fase van een opleiding waarin de student, ter verbreding en/of verdieping, bepaalde keuzes kan maken voor zijn afstudeerprofiel.

DILE 

Drug Induced Lupus Erythematodes, lupus die wordt veroorzaakt door het gebruik van bepaalde medicijnen.

Directe kosten 

Kosten welke rechtstreeks verband houden met het primaire proces (het productieproces of het dienstverleningsproces) van een organisatie.

Discreet 

De eigenschap van een variabele dat hij alleen welomschreven waarden aan kan nemen in tegenstelling tot continue; voorbeeld: aantal kinderen versus leeftijd.

Disease management 

Disease management is een aanpak waarbij de patiënt centraal staat en waarbij wordt voorzien in een zoveel mogelijk sluitende keten van vroegtijdige onderkenning, preventie, zelfmanagement en zorg. Zie ook: transmurale zorg.

Disfunctionele patronen 

Gedrag dat niet aan de maatstaven en normen van gezondheid en welzijn voldoet; disfunctionele gezondheidspatronen kunnen worden gedefinieerd als gezondheidsproblemen en kunnen worden beschreven als een of meer verpleegkun­dige diagnoses.

Distale lis 

Afvoerende lis

Diuretica 

Plastabletten, zorgen ervoor dat de nieren overtollig vocht afvoeren via de urine.

DKA 

Diabetische ketoacidose, een extreme vorm van ontregelde diabetes.

DMARD 

Disease Modifying Anti Rheumatic Drugs, medicijnen die het ziektebeloop bij reumatische aandoeningen kunnen beïnvloeden.

Doelmatigheid 

De mate waarin iets effectief en efficiënt is.

Domotica 

Elektronica en nieuwe technologie ten behoeve van de automatisering van processen in en om de woning, zoals b.v. telemonitoring en sensoren die je in de woonomgeving kunt plaatsen. Dit soort nieuwe mogelijkheden kunnen helpen om iemand zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten functioneren.

Doorlooptijd 

De som van toegangstijd, wachttijd en bedieningstijd.

DOSS 

Delirium Observatie Screening Schaal, meetinstrument om de aanwezigheid en het ontstaan van een delier door de verpleegkundige te monitoren; kan ook worden ingezet om het beloop te monitoren indien er al een delier aansezig is.

Downsyndroom 

Downsyndroom is een aangeboren aandoening. Mensen met Downsyndroom hebben naast een verstandelijke beperking vaak lichamelijke afwijkingen en gezondheidsproblemen. Hoe zij zich ontwikkelen en hoe ernstig de gezondheidsproblemen zijn, verschilt van persoon tot persoon.

DSM-V 

Diagnostic Statistical Manual (5e editie): diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen, opgesteld door de American Psychiatric Association. Dit handboek wordt regelmatig bijgesteld op basis van onderzoeken en discussie tussen experts.

DSVH 

Screeningsinstrument: DementieSchaal voor mensen met een Verstandelijke Handicap.

Dubbelblind onderzoek 

Hiervan is sprake wanneer niet alleen de patiënt, maar ook de zorgverlener geblindeerd is, d.w.z. niet weet in welke groep de patiënt zit (met een placebo danwel een experimenteel middel).

Dubbelloops stoma 

Hierbij wordt een lis van de darm naar buiten geleid, in de lengte open gesneden en de darm wordt daarna naar buiten toe omgestulpt en vast gehecht aan de huid. Op deze wijze ontstaan er twee openingen. Is meestal tijdelijk, maar kan ook blijvend zijn.

Ductaal carcinoom 

Borstkanker, ontstaan in de melkgangen.

Duodenum 

Twaalfvingerige darm

DVN 

Diabetes Vereniging Nederland

DWS 

Decubitus Wond Score

Dynamische populatie 

Zie: open populatie

Dysartrie 

Spraakstoornis, veroorzaakt door het uitvallen van de motorische zenuwbanen (spiertonus van mond- en/of keelgebied is verstoord).

Dysfagie 

Slikstoornis; het abnormaal functioneren van het slikmechanisme, gepaard gaand met afwijkingen in structuur of functioneren van mond, farynx of oesophagus.

Dysfasie 

Slikstoornis; het abnormaal functioneren van het slikmechanisme, gepaard gaand met afwijkingen in structuur of functioneren van mond, farynx of oesophagus.

Dyspneu 

Benauwdheid, moeite om voldoende lucht te krijgen.

Dysthyme stoornis 

Chronisch depressieve stemming, die het grootste deel van de dag aanwezig is, op meer dagen wel dan niet, en gedurende ten minste 2 jaar.

Early onset depressie 

Depressie die bij (jong)volwassenen optreedt, in tegenstelling tot de late onset depressie, zie aldaar.

EBP 

Evidence Based Practice: het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van het beste bewijs van dit moment in het nemen van besluiten in de zorg voor individuele patiënten.

EBV 

Evidence Based Verplegen, klinische besluitvorming door de verpleegkundige waarbij deze wetenschappelijke kennis, ervaringskennis en de preferenties van de patiënt meeneemt bij de vaststelling van, voor deze patiënt, effectieve zorg. Dit proces van besluitvorming speelt zich af binnen specifieke (materiële en financiële) voorwaarden.

ECG 

Elektrocardiogram, hartfilmpje: een van de eerste onderzoeken die iemand krijgt bij klachten in de borststreek.

Echografie 

Diagnostisch middel om een tumor en eventuele uitzaaiingen op te sporen. Hierbij wordt met een apparaat over de huid gestreken, waarbij de weerkaatsing te zien is op een scherm.

Eerste echelon 

De niet-specialistische curatieve gezondheidszorg.

Eerstelijns gezondheidszorg 

Zie: Eerste echelon

Eerstverantwoordelijke zorgverlener 

Zorgsysteem waarbij elke zorgvrager één zorgverlener heeft door wie of onder diens leiding of begeleiding de uitvoerende zorg alsmede de coördinatie daarvan wordt verricht.

Eetbuistoornis 

Eetstoornis die overeenkomsten vertoont met boulimia nervosa (zie aldaar), maar zonder compenseergedrag.

Effectieve coping 

Anticiperend gedrag bij een stressvol ervaren situatie die de balans tussen draagkracht en draaglast in stand houdt of deze mogelijk kan herstellen, zonder dat eventuele consequenties van dit gedrag uit het oog worden verloren.

Effectiviteit 

De mate waarin doelstellingen daadwerkelijk bereikt of gerealiseerd worden.

Efficiency 

De mate waarin zo weinig mogelijk middelen gebruikt of verbruikt worden ter realisatie van bepaalde doelstellingen.

Efficiencyverschillen 

De afwijkingen van een vastgesteld budget die een gevolg zijn van (in)efficiency.

E-health 

Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) ter ondersteuning of verbetering van de gezondheid en de gezondheidszorg.

e-Health 

e-Health is het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) ter ondersteuning of verbetering van de gezondheid en de gezondheidszorg. Het begrip e-Health wordt vaak gehanteerd voor toepassingen waarbij internettechnologie wordt gebruikt om informatie, producten en/of diensten in de zorg aan te bieden.

Eigen vermogen 

Bezittingen minus schulden, in geld uitgedrukt.

Eilandjes van Langerhans 

De eilandjes van Langerhans liggen in de pancreas en spelen een centrale rol in de energiehuishouding van het lichaam: in de bètacel van de eilandjes van Langerhans wordt insuline geproduceerd. Insuline maakt het mogelijk dat glucose vanuit de bloedaan de lichaamscellen in kan gaan.

Eis 

Behoefte of verwachting die kenbaar is gemaakt en vanzelfsprekend of dwingend is voorgeschreven. ‘Vanzelfsprekend’ betekent dat het gebruikelijk (of de normale gang van zaken) is voor de organisatie, dat de behoefte of verwachting stilzwijgend bij haar cliënten en andere belanghebbenden wordt verondersteld. Een gespecificeerde eis is een eis die kenbaar gemaakt is in bijvoorbeeld een document

Elektronisch (E-)dossier 

Elk dossier dat door middel van computer systeem of systemen gerealiseerd is.

Elektronisch PatiŽnten Dossier 

Het elektronisch patiëntendossier is een verzameling van in het kader van de zorgverlening relevante patiëntgegevens die in relatie tot elkaar door IT-hulpmiddelen onafhankelijk van tijd en plaats door daartoe geautoriseerde benaderbaar zijn.

EMDR 

Eye Movement Desensitization and Reprocessing, trauma-gerichte vorm van therapie.

Emotionele ondersteuning 

De patiënt in tijden van stress geruststellen, accepteren en aanmoedigen.

Empirisch 

Aan de werkelijkheid ontleend in tegenstelling tot theoretisch.

Empirische cyclus 

De kringloop waarlangs wetenschappelijke kennis tot stand komt, deze bevat zowel een inductieve fase waarbij theorie tot stand komt als een deductieve fase waarbij deze theorie empirisch getoetst wordt.

Enkelloops stoma 

Hierbij is een uiteinde van de darm door de buikwand naar buiten gebracht, omgestulpt en vast gehecht aan de huid, de stoma heeft één opening; kan zowel blijvend als tijdelijk zijn.

EPD 

Elektronisch patiënten dossier

Epidemiologie 

De leer van de verspreiding der ziekten en de omstandigheden die met de verspreiding verband houden.

Epidemiologische breuk 

De breuk die kenmerkend is voor epidemiologische frequentiematen; teller geeft het aantal gevallen, de noemer de risicopopulatie.

ERAS 

Enhanced Recory After Surgery, sneltrajact behandeling in de colorectale chirurgie, zie ook: Fast track.

Ergotherapie 

Ergotherapeuten bieden begeleiding bij het onderzoeken van mogelijkheden t.a.v. het vinden van een zinvolle dagbesteding, begeleiden bij gedragsverandering, het opheffen van belemmeringen in de omgeving waardoor handelen mogelijk wordt, het zoeken van oplossingen voor en leren omgaan met mobiliteitsproblemen, omgaan met slechtziendheid, etc.

Ervaringsleren 

Ervaringsleren is een continu proces, gebaseerd op interactie tussen een individu en zijn omgeving.

Ethiek 

Kennis/wetenschap over moreel juist en onjuist handelen

Etiologische epidemiologie 

Onderzoek gericht op de oorzaken van gezondheidsproblemen.

Euthanasie 

Het door een arts beeïndigen van het leven van een ongeneeslijk zieke patiënt die uitzichtloos en ondraaglijk lijdt en weloverwogen en vrijwillig om deze levensbeeïndiging vraagt.

Evaluatie 

Onderzoek gericht op de oorzaken van gezondheidsproblemen.

Evidence based 

Wetenschappelijk of proefondervindelijk vastgestelde effectiviteit.

Evidence based practice 

Het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van het beste bewijs van dit moment in het nemen van besluiten in de zorg voor individuele patiënten.

Evidence based richtlijnen 

Evidence based richtlijnen zijn wetenschappelijk onderbouwde, landelijk geldende, vakinhoudelijke aanbevelingen voor optimale zorg voor de patiënt. Ze zijn bedoeld om artsen en andere zorgverleners te ondersteunen bij de klinische besluitvorming. Ze bevatten ook patiëntenvoorkeuren, kostencomponenten en aspecten van implementatie. (CBO richtlijnen 2005, http://www.cbo.nl)

Evidence based verplegen 

Klinische besluitvorming door de verpleegkundige waarbij deze wetenschappelijke kennis, ervaringskennis en de preferenties van de patiënt meeneemt bij de vaststelling van, voor deze patiënt, effectieve zorg. Dit proces van besluitvorming speelt zich af binnen specifieke (materiële en financiële) voorwaarden.

EVV 

Eerst verantwoordelijke verpleegkundige, zie ook: integrerende verpleegkunde.

EVZ-systeem 

Systeem van de eerstverantwoordelijke zorgverlener: zorgsysteem waarbij elke zorgvrager één zorgverlener heeft door wie of onder diens leiding of begeleiding de uitvoerende zorg alsmede de coördinatie daarvan wordt verricht.

Exclusiecriteria 

Criteria op grond waarvan iemand geen deel kan uit maken van een onderzoekspopulatie.

Experiment 

Onderzoeksdesign waarbij de onderzoeker in de werkelijkheid ingrijpt: hij manipuleert de onafhankelijke variabele; een ‘echt’ experiment of RCT voldoet aan drie voorwaarden: de onderzoeker manipuleert, er is een controlegroep en er is een aselecte toewijzing aan experimentele of controlegroep (randomisatie) in tegenstelling tot observationeel onderzoek.

Exploratie 

Het zoeken naar verbanden tussen variabelen zonder dat daar van tevoren hypothesen over opgesteld zijn.

Exposities 

Omstandigheden waaronder bepaalde ziektes kunnen ontstaan, of juist niet.

Ex-post-facto designs 

Onderzoeksdesigns waarbij het onderzoek pas begint wanneer de te onderzoeken gebeurtenissen al plaatsgevonden hebben, bijvoorbeeld retrospectief onderzoek, patiënt-controle of historisch cohort onderzoek.

Externe budgettering 

Bepalen van een budget door een externe instantie.

Extramurale gezondheidszorg 

Zorg voor zorgvragers die niet in een zorginstelling zijn opgenomen.

Extrinsieke motivatie 

Motivatie die bepaald wordt door andere factoren dan de aard van het werk zelf (bijv. door salaris, status, werksfeer).

Extrinsieke zorgkwaliteit 

De mate waarin de kwaliteit van de zorg voldoet aan de wensen en behoeften van de zorgvrager.

Facialisparese 

Aangezichtsverlamming van de zevende hersenzenuw, de nervus facialis.

FACT-zorg 

Functie-ACT (Assertive Community Treatment), ambulante zorg die vanuit een multidisciplinair team op geïntegreerde wijze wordt aangeboden aan patiënten met een langdurige psychiatrische aandoening en complexe zorgvragen.

Fair Medicine 

Fair Medicine is een stichting die nieuwe geneesmiddelen sneller, maar vooral goedkoper op de markt wil brengen. De stichting werkt aan een nieuw model waarin patiënt, arts, ziekenhuis, uitvinder, producent en investeerder vanaf het begin betrokken zijn bij de ontwikkeling van een nieuwe pil. Dit nieuwe model moet de geneesmiddelenvoorziening in Nederland duurzaam en betaalbaar maken voor de toekomst.

Falsificeren 

Weerleggen; onderzoeksresultaten zijn in tegenspraak met uitspraken die op grond van theoretische verwachtingen gedaan zijn.

Fast track 

Herstelprogramma in de colorectale chirurgie, de z.g. sneltraject behandeling, ook wel ERAS genoemd.

FET 

Forced Expiratory Technique (FET): techniek die vaak wordt gebruikt om luchtwegen vrij te maken van sputum bij patiënten met b.v. chronische longziekten, gekenmerkt door overvloedige afscheidingen.

Fibromyalgie 

Reumatische aandoening die zich kenmerkt door pijn, stijfheid, vermoeidheid, stemmingswisselingen, tintelingen en vele andere klachten.

Fluisterspraak 

Gehooronderzoek, waarbij het verstaan van stemloze fluisterspraak wordt getest (spraak dus waarbij de stembanden niet worden gebruikt).

FMA 

Functional mobility assessments (FMA): screenende functietesten die zich richten op lichaamskracht, balans, gang en reactiesnelheid.

Folliculitis 

Ontsteking van een haarzakje.

Formatieplaats 

Ook: Full Time Equivalent: een volledige baan.

Formatieplanning 

Personeelsplanning waarbij meer dan 1 jaar of meerdere jaren vooruit gepland wordt.

Fout/(bijna)fout 

Het niet uitvoeren van een geplande actie (fout in de uitvoering) of het toepassen van een verkeerd plan om het doel te bereiken (fout in de planning).

Toelichting: In tegenstelling tot het begrip procesafwijking zit in het begrip fout een oordeel besloten. Het oordeel is, dat het niet zo gegaan is als had gemoeten. Een fout is per definitie vermijdbaar, soms ook verwijtbaar. Achteraf kan men bij een procesafwijking tot het oordeel komen dat er sprake is van een fout. Het is ook mogelijk dat er sprake is van een beredeneerde afwijking.

Fowler 

Zie: semi-Fowler houding

FPS 

Faces Pain Scale: instrument om pijn te meten.

Frailty 

Kwetsbaarheid, kwetsbare ouderen

Frontotemporale dementie 

Frontotemporale dementie: is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen jonger dan 65 jaar. Openbaart zich dus bij relatief jonge mensen: tussen 50-60 jaar. Opvallend zjn de vroeg optredende veranderingen in het sociale functioneren.

FSS 

Fatique Severity Scale: instrument om vermoeidheid te meten.

FTD 

Frontotemporale dementie: is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen jonger dan 65 jaar. Openbaart zich dus bij relatief jonge mensen: tussen 50-60 jaar. Opvallend zjn de vroeg optredende veranderingen in het sociale functioneren.

FTE 

Full Time Equivalent=formatieplaats: een volledige baan.

Full time equivalent 

FTE=formatieplaats: een volledige baan.

Functionele gezondheidspatronen 

Ordeningsprincipe, ontwikkeld door Gordon, dat als standaard anamnesestructuur kan worden gebruikt. Dit systeem bestaat uit elf anamnesegebieden, door Gordon Functional Health Patterns (in het Nederlands de functionele gezondheidspatronen) genoemd. Deze patronen vormen een structuur voor het verzamelen en organiseren van gegevens.

FVGGZ 

Federatie Verpleegkunde in de Geestelijke GezondheidsZorg

FWG 

Functiewaardering Gezondheidszorg

GARS 

De Groningen Activiteiten Restrictie Schaal (GARS) is een diagnostisch instrument om ADL- en IADL-beperkingen te meten.

GDS 

Geriatrische Depressie Schaal, meetinstrument: screening op depressie bij ouderen.

Gedragsindicator 

Gedrag dat een aanwijzing vormt voor het beheersen van een bepaalde competentie.

Gedragsregulering (automutilatie) 

De patiënt helpen automutilerend of ander zelfbeschadigend gedrag te beperken of te stoppen.

Gedragsregulering (seksueel) 

Beperken en voorkomen van sociaal onaanvaardbare seksuele gedragingen.

Gedragstherapie 

Bij deze vorm van therapie wordt gebruik gemaakt van operante conditionering, ofwel: het aanmoedigen/prijzen bij gewenst gedrag en het negeren van ongewenst gedrag.

GeŽxponeerden 

De groep mensen die onder een bepaalde omstandigheid (expositie) verkeert (al dan niet ziekmakend).

Gehechtheidsgedrag 

Het instinctief toenadering zoeken tot een gehechtheidsfiguur, zoals b.v. het vaak geuite verlangen van mensen met dementie om naar huis te gaan en het roepen om hun moeder.

Gehechtheidstheorie 

Theorie over hechting tussen opvoeders en kinderen, waarvan John Bowlby (Brits psychiater) de grondlegger is. Op deze gehechtheidstheorie is o.a. de warme zorg geïnspireerd die in ons land vooral bij dementerenden en mensen met een verstandelijke beperking wordt toegepast.

Gemiddelde 

Een beschrijvende statistische maat van centrale tendentie die verkregen wordt door alle gevonden waarden bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal waarnemingen.

Genereren 

Opwekken, aanmaken.

Geriatrische Depressie Schaal 

GDS, meetinstrument: screening op depressie bij ouderen.

Geriatrische revalidatie 

Dit is een zorgvorm in opkomst, met als doel: functieverlies bij ouderen te herstellen na een acute ziekenhuisopname, b.v. na een heupfractuur of CVA. Deze vorm van zorg wordt vooral nog georganiseerd in verpleeghuizen, maar dit zal meer en meer gaan verschuiven naar thuisrevalidatie.

Gesloten populatie 

Een populatie die gedurende de hele onderzoeksperiode uit dezelfde personen bestaat.

Gezinsvervangend tehuis 

GVT: semimurale huisvesting voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten.

Gezondheidsbeleving en instandhouding 

1e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Gezondheidspatronen 

Ordeningsprincipe, ontwikkeld door Gordon, dat als standaard anamnesestructuur kan worden gebruikt. Dit systeem bestaat uit elf anamnesegebieden, door Gordon Functional Health Patterns (in het Nederlands de functionele gezondheidspatronen) genoemd. Deze patronen vormen een structuur voor het verzamelen en organiseren van gegevens.

GGZ 

Geestelijke gezondheidszorg

Gill, Norma 

Norma Gill uit de Verenigde Staten was de eerste stomatherapeute ter wereld. Op haar initiatief werd in 1977 de internationale vereniging voor stomatherapeuten WCET opgericht.

Gilles de la Tourette 

Neuro-psychiatrische aandoening, gekenmerkt door tics: plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische, stereotiepe, motorische bewegingen of vocale uitingen.

Gordon 

De Amerikaanse Gordon ontwikkelde een structuur voor het verzamelen en organiseren van gegevens op basis van 11 gezondheidspatronen, de functionele gezondheidspatronen van Gordon (Functional Health Patterns).

Grafiek 

Grafische weergave van een getallenverzameling.

Granuloom 

Overmatige vorm van granulatieweefsel.

Groepswerk 

Toepassen van (psychotherapeutische en/of andere) technieken in een groep, onder andere door gebruik te maken van de interacties tussen de groepsleden.

Guided care 

Zorgmodel voor systematische ouderenzorg in de huisartsenpraktijk, toegepast bij thuiswonende ouderen met verschillende ziekten/beperkingen, waarbij mantelzorg actief betrokken wordt en de zorg gecoördineerd wordt door een verpleegkundige. Guided care is afkomstig uit Amerika, grondlegger is Chad Boult.

GVT 

GezinsVervangend Tehuis: semimurale huisvesting voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten.

Habit reversal 

Cognitieve gedragsinterventie die o.a. bij jeuk wordt toegepast, naast b.v. bewustwordingstraining, stress management en relaxatie.

HAD 

Hospital Anxiety and Depression scale, meetinstrument om (de mate van) angst en/of depressiviteit in kaart te brengen.

Hallucinatie 

Zintuiglijke gewaarwording van iets wat er niet is, b.v. het horen van stemmen of geluiden (akoestische hallucinaties) of het zien van schimmen of gedaantes (visuele hallucinaties).

Handknijpkracht 

Fysieke meting bij ouderen die een indicatie geeft van de restcapaciteit, indicator van kwetsbaarheid

Harry Bacon 

Amerikaans chirurg die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het terrein van nazorg aan mensen met een stoma. Naar hem is de 'Harry Bacon club' vernoemd, thans Nederlandse Stomavereniging.

Harry Bacon club 

Voormalige vereniging van patiënten met een stoma, vernoemd naar de Amerikaanse chirurg Harry Bacon, thans: Nederlandse Stomavereniging.

HELP 

Hospital Elder Life Program: het HELP-prgramma richt zich op de preventie van een delier bij ouderen tijdens een ziekenhuisopname. Hierbij worden getrainde vrijwilligers ingezet die intensief samenwerken met het verpleegkundig en medisch team. Ze werken gericht aan de oriëntatie van ouderen, mobiliteit en voeding, met als doel: een delier te voorkomen.

Helpende 

Helpenden verrichten hun werk doorgaans in de persoonlijke leefsfeer van de zorgvrager. Dit kan zowel de eigen woonomgeving zijn, maar ook een vervangende leefomgeving, zoals een verzorgingshuis, een verpleeghuis, of een woonvorm voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten.

Hemianopsie 

Halfzijdige uitval van het gezichtsveld, delen van het gezichtsveld vallen aan beide ogen aan dezelfde kant uit.

Hemiparese 

Halfzijdige verlamming, waarbij nog enige beweging mogelijk is.

Hemiplegie 

Volledige halfzijdige verlamming, waarbij geen beweging mogelijk is.

HemorroÔden 

Aambeien, verwijde of gezwollen adertjes onder aan de endeldarm.

Herstel & Balans 

De naam van een revalidatieprogramma dat specifiek ontwikkeld is voor (ex)kankerpatiënten en zich richt op de verbetering van het lichamelijk en sociaal functioneren.

Heteroanamnese 

Het verzamelen van gegevens via anderen dan de patiënt; het kan hierbij gaan om familieleden, maar ook om andere hulpverleners, zoals de huisarts, wijkverpleegkundige etc.

HHS 

Hyper-osmolair hyperglykemisch non-ketotisch syndroom, een extreme vorm van ontregelde diabetes.

Hik 

Herhaaldelijke, onwillekeurige spastische samentrekking van het middenrif, gevolgd door het zich plotseling sluiten van de stemspleet waardoor het kenmerkende hikgeluid ontstaat.

HIV 

Humaan immunodeficiëntievirus, een snel muterend retrovirus dat verantwoordelijk is voor het ziektebeeld AIDS.

Hoarding 

Hamsteren, verzamelwoede, gedrag van mensen die moeilijk afstand kunnen doen van bezittingen, zelfs als die schijnbaar nutteloos of van weinig waarde zijn.

Hoeveelheidsverschillen 

De afwijkingen van een vastgesteld budget, die een gevolg zijn van meer of minder verbruikte hoeveelheden, of van een hogere of lagere bezettingsgraad, dan oorspronkelijk begroot.

Honeymoon fase 

De periode van enkele dagen, weken of maanden na het starten met insulinetherapie bij diabetes waarin een tijdelijke daling van de insulinebehoefte kan optreden. De insulinedosering kan dan (tijdelijk) worden teruggebracht of soms zelfs gestopt. Oorzaak is een toename van de effectiviteit van de resterende endogene insulineproductie. Het is vrijwel altijd een tijdelijk fenomeen.

Hospice 

Huis waar mensen kunnen worden opgenomen en verzorgd in de laatste fase voor hun overlijden. Hier werken betaalde medische en verpleegkundige professionals met ondersteuning van vrijwilligers.

Hospital at home 

Engelse term voor ziekenhuisverplaatste zorg, waarbij ziekenhuiszorg thuis wordt geleverd. In Nederland wordt dit zorgmodel nog vrijwel uitsluitend toegepast binnen de verloskunde, waarbij vrouwen thuis gemonitord kunnen worden, al beschikken we wel over faciliteiten om deze vorm van zorg thuis op te zetten (zoals b.v. telemedicine in de cardiologie).

HSCT 

Hematopoïetische stamceltransplantatie

Huff-hoesttechniek 

Techniek om slijm als oorzaak van luchtwegobstructie beter op te geven/op te hoesten.

Huidplaat 

Huidplaten worden gebruikt als opvangmateriaal bij een stoma; de meest gebruikte zijn platte huidplaten, huidplaten met een bolling worden ook wel convex genoemd.

Hyperglykemie 

Te hoge bloedglucosewaarden (complicatie bij diabetes), waardoor het lichaam meer urine produceert om het teveel aan glucose te kunnen afscheiden. Hierdoor verliest de patiënt extra vocht en krijgt dorst om dit te compenseren.

Hyperkeratose 

Pijnlijke verhoorning van de opperhuid rond een stoma door langdurig inwerken van faeces of urine op de huid.

Hypertensie 

Verhoogde systolische en/of diastolische bloeddruk.

Hypertensie, pulmonale 

Verhoogde bloeddruk in de longvaten, een zeldzame en ernstige aandoening waarbij de bloeddruk in de longslagader hoger is dan normaal. Komt bij verschillende systemische auto-immuunziekten voor.

Hypertensie, pulmonale arteriŽle 

Een ernstige en levensbedreigende aandoening, waarbij de bloeddruk in de longslagader abnormaal hoog is. Patiënten met PAH maken deel uit van de grotere groep patiënten met pulmonale hypertensie (PH).

Hyperurikemie 

Jicht, een leefstijl-gerelateerde stofwisselingsziekte, die onbehandeld tot pijnlijke en invaliderende gewrichtsproblemen leidt.

Hypochondrie 

Ziektevrees, overmatige (ziekelijke) angst voor ziektes.

Hypoglykemie 

Te lage bloedglucosewaarden (complicatie bij diabetes), zich uitend in een extreme vorm van 'geeuwhonger': veel mensen krijgen dan het gevoel toe te zijn aan hun maaltijd en voelen zich hierdoor wat trillerig, gaan geeuwen, krijgen hoofdpijn en/of worden prikkelbaar.

Hypotensie 

Verlaagde systolische en/of diastolische bloeddruk.

Hypothese 

Een uitspraak over verbanden tussen twee of meer variabelen die in empirisch onderzoek getoetst kan worden.

IADL 

Instrumentele activiteiten van het dagelijks leven

IASP 

International Association for the Study of Pain

ICD 

De ICD is een (WHO)classificatie van ziekten, te definiëren als een stelsel van categorieën waaraan volgens vastgestelde criteria ziekte-entiteiten worden toegewezen.

ICF 

International Classification of Functioning, Disability and Health: door de WHO ontwikkeld interdisciplinair categoriseringssysteem voor gezondheidskenmerken.

ICIDH 

De ICIDH (een WHO-classificatie) ordent op systematische wijze aspecten van de functionele gezondheidstoestand die verband houden met gezondheidsproblemen zoals een ziekte, een aandoening, letsel of trauma.

ICNP 

Internationale Classificatie voor de Verpleegkundige Praktijk

ICT 

Informatie en Communicatie Technologie

Ideatie, suÔcidale 

Het aanhoudend denken aan of overwegen van suïcide.

Ideatoire apraxie 

Hierbij is het handelingsconcept of handelingsplan gestoord, de patiënt weet niet wat hij moet doen.

Ideomotore apraxie 

Hierbij is de omzetting van een idee of plan in de motorische realisatie gestoord, er is onvermogen om het doelbewust handelen te verrichten, ondanks een intact handelingsplan. De patiënt weet wat hij moet doen, maar niet hoe hij het moet doen.

Idiot proof 

De mate waarin informatieverwerkende systemen menselijke vergissingen zoveel mogelijk ondervangen.

IFM 

Integrated Fatique Model: meetinstrument voor aan kanker gerelateerde vermoeidheid.

IGT 

Impaired Glucose Tolerantie, wordt beschouwd als een voorstadium van diabetes.

IKC 

Integrale Kanker Centra

IKNL 

Integraal Kanker Centrum Nederland, zet zich in voor ondersteuning van zorgverleners binnen de oncologie en palliatieve zorg.

Ileostoma 

Stoma op de dunne darm

Ileum 

Kronkeldarm

ImmateriŽle activa 

Datgene wat een organisatie of bedrijf meer waard is dan uitsluitend zijn materiële bezittingen.

Impaired Glucose Tolerantie 

IGT (Impaired Glucose Tolerantie) wordt beschouwd als een voorstadium van diabetes.

Impedantiemetrie 

Gehooronderzoek waarbij bepaald wordt hoeveel weerstand het middenoor vertoont om geluid door te geven aan het binnenoor.

Implementatie 

Het testen, introduceren en in gebruik nemen van een nieuw systeem, een nieuwe werkwijze of nieuwe apparatuur.

Impulsbeheersing 

Vermogen om compulsief of impulsief gedrag zelf onder controle te houden.

Impulsbeheersing, training van 

De patiënt helpen impulsief gedrag onder controle te houden door probleemoplossingsstrategieën toe te passen in sociale en interpersoonlijke situaties.

Inadequate lichaamssamenstelling 

Een feitelijke of dreigende disbalans in lichaamssamenstelling (vetmassa versus vetvrije massa) van een persoon als gevolg van een voor het metabolisme niet toereikende inname van voedingsstoffen en/of als gevolg van een inadequate omzetting van voedingsstoffen (Carpenito).

Incident 

Een onbedoelde gebeurtenis tijdens het zorgproces die tot schade aan de cliënt heeft geleid of zou kunnen leiden. Zie ook: bijna-incident.

Incidentie 

Geeft het aantal nieuwe gevallen van een bepaald gezondheidsprobleem gedurende een bepaalde periode weer, betrokken op de risicopopulatie.

Inclusiecriteria 

Criteria op grond waarvan iemand deel kan uitmaken van een onderzoekspopulatie.

Incontinentie 

Elke vorm van onvrijwillig verlies van urine of faeces.

Indicatie 

Vaststelling door het CIZ (Centraal Indicatieorgaan Zorg) dat voor een bepaald persoon lichamelijke verzorging (thuiszorg) nodig is of een tijdelijke opname in een verzorgings- of verpleeghuis.

Indicator 

Een instrument om een tevoren bepaald onderdeel of het resultaat van een proces te meten en het verloop hiervan te kunnen volgen. Het gaat om een meetbaar fenomeen dat een signalerende functie heeft met betrekking tot de kwaliteit van de zorg en de kwaliteit van de organisatie.

Indicatoren 

kwaliteitsinstrument, zie: structuurindicatoren, procesindicatoren en uitkomstindicatoren.

Indirecte kosten (overheadkosten) 

Kosten welke geen rechtstreeks verband houden met het primaire proces (het productieproces of het dienstverleningsproces), maar wel noodzakelijk zijn.

Inductief 

Afgeleid van concrete waarnemingen, in tegenstelling tot deductief.

Ineffectieve coping 

Stoornis van het aanpassings- en probleemoplossend vermogen waarmee de patiënt tracht aan de eisen en taken van het leven te voldoen en waarbij de stresshanteringsmethoden niet toereikend blijken om angst, vrees of boosheid te voorkomen of te beheersen.

Ineffectieve ontkenning 

Bewuste of onbewuste poging om angst/vrees te verminderen door de wetenschap of betekenis van een gebeurtenis te loochenen (met nadelige gevolgen voor de gezondheid).

Informatieverwerking 

Vermogen om informatie in zich op te nemen, te organiseren en te gebruiken.

Informatievoorziening 

Het geheel van uitwisseling, opslag, bewerking en presentatie van gegevens binnen en tussen organisaties, inclusief de benodigde infrastructuur.

Information overload 

Het overspoeld worden met informatie.

Informed consent 

De toestemming van de patiënt voor deelname aan een onderzoek nadat deze over de aard van het onderzoek geïnformeerd is.

Informele zorg 

Mantelzorg, zie aldaar.

INK 

Instituut Nederlandse Kwaliteit

Innovatie 

De definitie van innovatie is letterlijk ‘invoering van een nieuwigheid’, zie ook: zorginnovatie.

Insluitcriteria 

Zie: inclusiecriteria

Insomnia 

Slapeloosheidklachten, zoals: moeilijk inslapen, vaak wakker worden en te vroeg wakker worden.

Inspanningstolerantie, verminderde 

Afgenomen fysiologische capaciteit om inspanning van een vereist of gewenst niveau te houden (Carpenito).

Insulinepen 

Hulpmiddel bij het injecteren van insuline.

Insulinepomp 

Hiermee wordt geprobeerd de normale afgifte van insuline na te bootsen: door continue afgifte van kleine hoeveelheden insuline. Het pompje kan b.v. per uur worden ingesteld op een kleine hoeveelheid insuline die over het hele uur verspreid in kleine hoeveelheden wordt toegediend. Toepassing indien met intensieve insulinetherapie geen goede diabetesregulatie bereikt kan worden, of in situaties waarbij zeer 'scherpe' regulatie gewenst is (b.v. zwangerschap).

Insult 

Een insult, ook wel toeval of aanval genoemd, is een abnormale ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen ten gevolge van epilepsie; kan ook een niet-epileptische oorzaak hebben.

Intake 

1) Oriënterend gesprek (intakegesprek), b.v. in het kader van de anamnese.

2) Inname (van voedel en drank).

Integrerende verpleegkunde 

Verpleegmodel (ontwikkeld door Grypdonck), dat is gestoeld op het idee om de patiënt als mens centraal te stellen in het verpleegkundig handelen. Om dit mogelijk te maken wordt de verpleegkundige verantwoordelijk voor de totale verpleegkundige zorg rond de haar toegewezen patiënten (eerst verantwoordelijke verpleegkundige). Naast het principe van de patiëntentoewijzing  is de verpleegkundige binnen dit model ook verantwoordelijk voor de coördinatie en continuïteit van de zorg ter plekke.

Interactie 

Situatie waarin één zorgprofessional zorgdiensten aan een zorgontvanger verleent en/of zijn/haar zorgdossier inziet en bijwerkt, in een ononderbroken proces.

Interne budgettering 

De wijze waarop binnen een organisatie of organisatieonderdeel een budget wordt bepaald.

InterstitiŽle cystitis 

Chronische, niet door bacteriën veroorzaakte ontsteking van de blaaswand.

Interval 

Meetniveau waarbij tussen de verschillende waarden die een variabele aan kan nemen eenzelfde, vaste afstand bestaat.

Interventie, verpleegkundige 

1 De verrichtingen die de verpleegkundige, samen met de patiënt/cliënt, selecteert om de verpleegproblemen op te lossen.

2 Eén of meer verrichtingen, al dan niet in samenhang met één of meer andere patiënt/cliënt gebonden handelingen, die allemaal een gemeenschappelijk doel hebben en op basis van verpleegkundige besluitvorming gekozen zijn (Bulechek/McCloskey).

Intervisie 

Een vorm van vooral mondeling reflecteren in kleine groepen.

Intoxicatie 

Vergiftiging, b.v. door medicijnen.

Intramurale gezondheidszorg 

Zorg voor zorgvragers die in een zorginstelling zijn opgenomen.

Intraveneuze trombolyse 

Het oplossen van een bloedstolsel in een slagader met behulp van een medicijn via het infuus: een bewezen effectieve behandeling bij een acuut herseninfarct.

Intrinsieke motivatie 

Motivatie die bepaald wordt door de aard van het werk zelf.

Intrinsieke zorgkwaliteit 

De mate waarin de kwaliteit van de zorg deugdelijk (deskundig en effectief) is.

IQCODE 

Informant Questionnaire on COgnitive Decline in Elderly, vragenlijst om de cognitieve vaardigheden van ouderen te beoordelen op een aantal domeinen in vergelijking met het cognitief functioneren van 10 jaar geleden.

IV 

Integrerende verpleegkunde, zie aldaar.

Jacobson 

Jacobson (1929) is grondlegger van de ontspanningsoefening. Ontspanningsoefeningen worden door verpleegkundigen in tal van situaties toegepast, b.v. bij angst, benauwdheid, bij hyperventilatie, etc.

Jejunum 

Nuchtere darm

Jeuk 

Een onplezierig gevoel dat aanzet tot de behoefte om te krabben.

Jeuk, neurogene 

Neurogene jeuk ontstaat als gevolg van aandoeningen van andere organen dan de huid, zoals leveraandoeningen of nierproblemen.

Jeuk, neuropathische 

Neuropathische jeuk is een vorm van jeuk die ontstaat als gevolg van beschadigingen of ziekten aan het perifere of centrale zenuwstelsel, zoals jeuk bij multiple sclerose of jeuk als gevolg van een hersentumor.

Jeuk, pruritogene 

Pruritogene jeuk is jeuk als gevolg van chronische inflammatoire huidaandoeningen, zoals jeuk bij constitutioneel eczeem.

Jeuk, psychogene 

Psychogene jeuk is jeuk die gerelateerd is aan psychiatrische aandoeningen zoals parasietenwaan of een dwangstoornis.

Jeukmediatoren 

Mediatoren zijn stoffen in het lichaam die de vrije zenuwuiteinden prikkelen en uiteindelijk jeuk veroorzaken.

JIA 

Juveniele Idiopatische Artritis, een vorm van artritis die onder de leeftijd van 16 jaar optreedt.

Jicht 

Leefstijl-gerelateerde stofwisselingsziekte, die onbehandeld tot pijnlijke en invaliderende gewrichtsproblemen leidt.

Jichtaanval 

Plotselinge, heftige pijn en functieverlies: eerst tijdelijk, later aanhoudend. Een acute jichtaanval kondigt zich soms aan door een hinderlijk gevoel in het gewricht, krampen, nervositeit, vermoeidheid, slapeloosheid, rillingen, misselijkheid en/of sterke plasdrang.

Journal club 

Leesclub, waarbij door b.v. een of twee verpleegkundigen of docenten verpleegkunde een wetenschappelijk artikel besproken wordt met collega's.

Kalmeringstechniek 

Verminderen van de angst bij de patiënt die in acute (psychische) nood verkeert.

Katz-ADL schaal 

De Katz-ADL schaal is een 6-item schaal om het ADL-functioneren in kaart te brengen.

Kennis, verpleegkundige 

(Als fase van het besluitvormingsproces:) de gegevens die de verpleegkundige heeft verzameld over de patiënt.

Kennis, wetenschappelijke 

(in de verpleegkunde): Kennis, niet alleen opgedaan uit de verplegingswetenschap, maar ook uit andere vakgebieden.

Kennistekort 

Onvermogen om informatie of uitleg te geven over gezondheidsgewoonten, gezondheidsinstandhouding en/of behandelingsprocedures of de hiervoor vereiste vaardigheden ten uitvoer te leggen (Carpenito).

Kerncompetenties 

De competenties zoals die in ‘Met het oog op de toekomst’ beschreven zijn voor verpleegkundigen op mbo- en hbo-niveau.

Ketenkwaliteit 

Coördinatie van de zorg- en dienstverlening met betrekking tot afstemming rond de individuele zorg- en dienstverlening tussen alle hierbij betrokken zorg- en dienstverleners. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen interne coördinatie (de afstemming tussen de medewerkers van de organisatie) en externe coördinatie (afstemming met medewerkers van andere organisaties).

Ketenlogistiek 

Logistiek die er op gericht is een bepaald productie- of dienstverleningsproces als geheel zo effectief en efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Ketenzorg 

Zorg die er op gericht is het totale zorgproces van een individuele zorgvrager zo effectief en efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Ketoacidotisch coma 

Gevaarlijke acute complicatie van diabetes, die fataal kan aflopen: er is sprake van een ernstige ontregeling (hyperglykemie) waarbij het lichaam de vetvoorraad afbreekt en waardoor ketonlichamen (zure afbraakstoffen) vrij komen en het lichaam verzuurt.

Klacht 

Uiting van ontevredenheid of smart.

Klant 

Een ‘klant’ is de afnemer van een goed of een dienst. Dit kunnen in verschillende situaties verschillende personen of organisaties zijn.

Kleptomanie 

Steelzucht, stoornis in de impulsbeheersing, onbedwingbare neiging om spullen uit winkels of bij andere mensen mee te nemen die niet van jezelf zijn.

Klinisch pad (ook: zorgpad) 

Een verzamelling van methoden en hulpmiddelen om de leden van het multidisciplinaire en interprofessionele team op elkaar af te stemmen en taakafspraken te maken voor een specifieke patiëntenpopulatie; concretisering van een zorgprogramma, met als doel: kwalitatieve en efficiënte zorgverlening te verzekeren.

Klinisch redeneren 

Het cognitieve proces dat zorgprofessionals gebruiken wanneer ze de gegevens over de patiënt beoordelen en analyseren met als doel behandeling en/of zorg te plannen en uit te voeren om positieve patiëntenresultaten te bereiken.

Klinische epidemiologie 

De epidemiologie die zich bezighoudt met mensen die al ziek zijn (prognostische en diagnostische epidemiologie).

Klinische paden 

Multidisciplinaire zorg-/behandelplannen per diagnose, gekoppeld aan een tijdpad, waarvan de gewenste effecten (‘outcomes’) gedefinieerd en evidence based zijn.

Kluwenmodel 

Dit model is een vorm van ketenzorg, dat verklaart waarom niemand (cliënten noch mantelzorgers en professionals) het overzicht op het totaal heeft. Met de introductie van een case manager wordt geprobeerd tegemoet te komen aan de behoefte aan iemand in die keten/kluwen die fungeert als vraagbaak, praatpaal en vangnet.

KNGF 

Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie

Kolompercentages 

De percentages in een tabel berekend over een (verticale) kolom.

Kookboek-verpleegkunde 

Karikatuur van Evidence Based Practice, waarbij gesuggereerd wordt dat iedere vorm van 'bewijs' slaafs wordt toegepast. Onderzoek gaat echter vrijwel altijd over groepen mensen en levert algemene kennis op, die nooit voor elk individu zinvol of bruikbaar is. In zijn definitie van EBP gebruikt Sackett dan ook termen als ‘zorgvuldig’ en ‘oordeelkundig’ waar het gaat om het gebruik van bewijs.

Korsakov, syndroom van 

Ziekte die op dementie lijkt, maar het niet is. De ziekte wordt veroorzaakt door een ernstig tekort aan vitamine B1 als gevolg van langdurig alcoholgebruik en slechte voeding. Mensen met het syndroom van Korsakov lijden aan geheugenverlies en vertellen vaak fantasieverhalen.

Kostenplaatsen methode 

Methode waarbij de kosten van zgn. hulpkostenplaatsen (indirecte kosten) volgens bepaalde verdeelsleutels worden doorberekend naar de zgn. hoofdkostenplaatsen, die het primair proces uitvoeren.

Kritisch denken 

Dit is zowel een houding als een redeneerproces, waarvoor bepaalde intellectuele vaardigheden vereist zijn; een bepaalde manier van denken die "duidelijk maakt wat we wel weten en wat we niet weten."

Kwadrateren 

Met zichzelf vermenigvuldigen.

Kwalitatief onderzoek 

Onderzoek waarin de aard der dingen beschouwd wordt en niet de frequentie ervan.

Kwaliteit van leven 

Geuite tevredenheid over de huidige levensomstandigheden.

Kwantificeren 

In maat of getal weergeven.

Kwantitatief onderzoek 

Onderzoek waarin de frequentie waarin zaken voorkomen beschouwd wordt door de waarden die variabelen aannemen te tellen; ook worden in kwantitatief onderzoek de verbanden tussen variabelen in maat en getal uitgedrukt.

Kwartiel 

De waarde van een variabele uit een geordende reeks waarnemingen waarboven of waaronder een kwart van de waarnemingen ligt.

KWF Kankerbestrijding 

Koningin Wilhelmina Fonds, landelijke organisatie voor de bestrijding van kanker.

KWZ 

Kwaliteitswet Zorg

Langerhans, eilandjes van 

De eilandjes van Langerhans liggen in de pancreas en spelen een centrale rol in de energiehuishouding van het lichaam: in de bètacel van de eilandjes van Langerhans wordt insuline geproduceerd. Insuline maakt het mogelijk dat glucose vanuit de bloedaan de lichaamscellen in kan gaan.

Late onset depressie 

Stemmingsstoornis die pas op latere leeftijd (meestal 5-60 jaar) voor het eerst optreedt.

Leegloop 

Beschikbare aanwezige werkkracht minus werklast.

Leeractiviteiten 

Activiteiten die iemand bewust onderneemt om iets te leren.

LESA ondervoeding 

Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Ondervoeding.

Lethaliteit 

Geeft het aantal mensen aan dat aan een bepaalde ziekte overlijdt, betrokken op het aantal mensen dat die ziekte heeft.

LEVV 

Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging

Lewy Body Dementie 

Deze vorm van dementie zien we vooral (maar niet uitsluitend) bij mensen met de ziekte van Parkinson. Kenmerkend zijn de in ernst wisselende cognitieve stoornissen met motorische onrust, visuele hallucinaties en licht parkinsonisme. Deze patiënten reageren niet goed op klassieke antipsychotica zoals haloperidol.

Lichaamsbeeld, verstoord 

Verandering in negatieve zin van hoe een persoon zich voelt, over zichzelf denkt en zichzelf ziet (Carpenito).

Lichaamssamenstelling, inadequate 

Een feitelijke of dreigende disbalans in lichaamssamenstelling (vetmassa versus vetvrije massa) van een persoon als gevolg van een voor het metabolisme niet toereikende inname van voedingsstoffen en/of als gevolg van een inadequate omzetting van voedingsstoffen (Carpenito).

Lijn-staf organisatie 

Organisatiestructuur waarbij de lijn (leidinggevende en uitvoerende functies) ondersteund wordt door adviserende functionarissen (de staf).

Lineaire afschrijvingsmethode 

Methode waarbij de afschrijving van een gebruiksartikel berekend wordt volgens de formule: (aanschafwaarde - restwaarde)/levensduur van het artikel.

Lipodystrofie 

Huidafwijking die veroorzaakt kan worden door de behandeling van diabetespatiënten met insuline injecties. Lipodystrofie is onder te verdelen in lipoatrofie en lipohypertrofie.

Liquide middelen 

Onmiddellijk beschikbaar geld.

Liquiditeit 

De mate waarin de vlottende activa meer waard zijn dan de schulden op korte termijn.

Lobulair carcinoom 

Borstkanker,  ontstaan in de melkklieren.

Logistiek 

Er voor zorgdragen dat de voor een bepaald doel of voor een bepaald proces benodigde materiële middelen en benodigde diensten zo efficiënt mogelijk op het juiste moment (tijdig) en op de juiste plaats beschikbaar zijn.

Longfibrose 

Ontsteking van het longweefsel met verlittekening tot gevolg.

Loopsnelheid 

Fysieke meting bij ouderen die een indicatie geeft van de restcapaciteit, indicator van kwetsbaarheid.

LOOV 

Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde

Lotgenotencontact 

Contact met lotgenoten om elkaar emotionele ondersteuning te bieden en gezondheidsinformatie uit te wisselen.

Low air-matras 

Net als alternerende matrassen worden z.g. low-air-loss systemen ingezet ter preventie van decubitus. Ook dit matras bestaat uit banen die door middel van een pomp met lucht worden gevuld.

Lupus erythematodes 

Auto-immuunziekte (reumatische aandoening), die vooral voorkomt bij vrouwen en meestal tussen het 20e en 40e levensjaar begint.

LVT 

Lokale vacuum therapie (bij wondverzorging)

Lymfoedeem 

Zwelling van weefsel door stapeling van eiwitrijk vocht in de ruimte tussen cellen, het interstitium.

Maceratie 

Nattende verweking van de opperhuid.

Macroniveau 

Het maatschappelijk of overheidsniveau.

Maintain activiteiten 

Activiteiten in het kader van personeelsplanning die er op gericht zijn om het huidige personeel ook in de toekomst beschikbaar te hebben.

Mammacarcinoom 

Borstkanker, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in een lobulair carcinoom (ontstaan in de melkklieren) of een ductaal carcinoom (ontstaan in de melkgangen).

Mammacare 

Zorg voor borstkankerpatiënten; gespecialiseerde verpleegkundigen (mammacare verpleegkundigen) spelen een belangrijke rol in de begeleiding van patiënten in de diagnostische fase en vormen daarna de spil in behandeling en follow up van borstkankerpatiënten.

Managed care 

Managed care is het raamwerk waarbinnen zorgvraag en zorgaanbod worden gestuurd op de elementen omvang, doelmatigheid, kwaliteit en prijs. De betekenis is vooral gelegen in de beheersing van het zorggebruik en de doelstelling betreft kostenbeheersing en doelmatigheidsbevordering. Zie ook: transmurale zorg.

Mantelzorg 

Steunverlening van familie, vrienden en de gemeenschap aan de patiënt.

Marktwerking 

Het (beoogd) effect dat door vrije concurrentie producten en diensten geleverd worden van een zo hoog mogelijke kwaliteit tegen een zo laag mogelijke prijs.

Massage 

Het stimuleren van de huid en onderliggende weefsels met verschillende mate van manuele druk ter bevordering van pijnverlichting, ontspanning en/of circulatie.

Mastectomie 

Volledige verwijdering van de borst (bij borstkanker).

MAT 

Multifactoriële assessment tools (MAT), instrumenten die een breed scala van risicofactoren in kaart brengen, zoals het risico op vallen.

Matrixstructuur 

Organisatie waarbij zowel leiding wordt gegeven aan een primair proces als geheel als aan de afzonderlijke disciplines of afdelingen die aan dat primair proces een (deel)bijdrage leveren.

Maturity Onset Diabetes 

Maturity Onset Diabetes in the Young (MODY), vorm van diabetes die lijkt op type 2, maar zich al op jeugdige leeftijd manifesteert.

MBCT 

Mindfulness Based CognitiveTherapy

MBSR 

Mindfulness Based Stress Reduction

MCTD 

Mixed Connective Tissue Disease, een zeldzame systemische auto-immuunziekte.

MDADI 

M.D. Anderson Dysphagia Inventory, vragenlijst die de impact van slikproblemen op kwaliteit van leven inventariseert.

MDL-arts 

Maag-darm-lever arts

Mediaan 

Een beschrijvende statistische maat van centrale tendentie, de waarde van een variabele uit een geordende reeks waarnemingen waarboven en waaronder de helft van de waarnemingen ligt, de ‘middelste’ waarneming

Mediatoren 

Mediatoren zijn stoffen in het lichaam die de vrije zenuwuiteinden prikkelen en uiteindelijk jeuk veroorzaken.

Medicatiefout 

Elke fout in het proces van voorschrijven, afleveren of toedienen van geneesmiddelen ongeacht of hierbij schade is opgetreden.

Medicatieveiligheid 

Alle activiteiten die zijn gericht op het juist voorschrijven en afleveren en het juiste gebruik van geneesmiddelen.

Meditatie 

Het bewustzijnsniveau van de patiënt veranderen door hem te helpen zich te concentreren op een beeld of gedachte.

Medline 

Databank met referenties van wetenschappelijke artikelen, onderdeel van PubMed. PubMed is vrij toegankelijk via internet en bestaat uit Medline en PreMedline.

MEE 

Organisatie die diensten (begeleiding en ondersteuning) verleent aan gehandicapten.

Mentor 

Iemand die de niet-materiële belangen van een zorgvrager behartigt.

Mesoniveau 

Het niveau van de organisatie of het organisatieonderdeel.

Metaboolsyndroom 

Stofwisselingsaandoening door een aanhoudende verstoring van de balans tussen lichamelijke activiteit (te weinig beweging) en voedselopname (te veel eten, tussendoortjes, snoepen en/of alcohol-houdende dranken). Van het metaboolsyndroom is sprake als er minimaal 3 van de volgende 4 aandoeningen aanwezig zijn: hoge bloeddruk, diabetes, verhoogd cholesterol en overgewicht.

Metastasen 

Uitzaaiingen (van kanker).

Methodische zorgverlening 

Het systematisch en professioneel zorg verlenen, bestaande uit de volgende fases: afnemen anamnese, observatie, diagnose, vaststellen zorgplan, evaluatie

Methodologisch onderzoek 

Onderzoek dat erop gericht is om onderzoeksmethoden en meetinstrumenten te ontwikkelen en te verfijnen.

Mezzo 

Landelijke mantelzorgvereniging, biedt ondersteuning aan mantelzorgers bij allerhande praktische zaken.

MI 

Motivational interviewing; bij deze vorm van therapie wordt gesteld dat gedragsverandering vaak het resultaat is van een langzaam en moeizaam proces, waarbij tegenstrijdige gevoelens en gedachten (ambivalentie) een belangrijke rol spelen.

Microniveau 

Het niveau van de professionele of uitvoerende medewerker.

Mictiestoornis 

Stoornis in de lozing van urine of in controle over de blaas, zoals b.v. incontinentie (geen controle over lozing van urine) of urineretentie (niet spontaan kunnen lozen).

Middelenmisbruik 

Een levensstijl van overmatig alcohol- of drugsgebruik.

Minimale datasets 

Gegevens(verzamelingen) die op een zodanige wijze zijn gecodeerd en gestandaardiseerd dat met zo weinig mogelijke informatie in zoveel mogelijk informatiebehoeften van allerlei organisaties en instanties kan worden voorzien.

MIS 

Minimale Interventie Strategie: een effectieve, op de persoon gerichte interventie door hulpverleners bij patiënten die willen stoppen met roken (zie ook: STIMEDIC).

MMSE 

Mini Mental State Examination, meetinstrument om cognitieve problemen uit te sluiten of informatie hierover via heteroanamnese te verkrijgen.

MNA-SF 

Mini Nutritional Assessment Short Form, instrument om ondervoeding te meten, specifiek voor meting bij ouderen ontwikkeld.

Mobiliteit 

Het vermogen om je fysiek voort te bewegen; dit impliceert alle vormen van voortbeweging, dus zonder hulpmiddel (b.v. lopen), maar ook met b.v. rolstoel, of gemotoriseerd voertuig.

Mobiliteitsstoornis 

Iemand heeft (volgens het CBS) een stoornis in de mobiliteit als diegene met grote moeite of niet in staat is een voorwerp van 5 kilo (b.v. een boodschappentas) 10 meter te dragen, te bukken en iets van de grond te pakken of 400 meter aan één stuk te lopen zonder stil te staan (zo nodig met wandelstok).

Modus 

Een statistische maat van centrale tendentie die de waarde weergeeft die het meest voorkomt bij een reeks van waarnemingen.

MODY 

Maturity Onset Diabetes in the Young, vorm van diabetes die lijkt op type 2, maar zich al op jeugdige leeftijd manifesteert.

MOF 

multipel orgaan falen

Monodisciplinaire coŲrdinatie 

Het op elkaar afstemmen van de zorg of behandelingen verricht door één bepaalde discipline.

Mortaliteit 

Geeft het aantal sterfgevallen over een bepaalde periode aan, betrokken op de risicopopulatie.

Motivational interviewing 

Vorm van therapie waarbij gesteld wordt dat gedragsverandering vaak het resultaat is van een langzaam en moeizaam proces, waarbij tegenstrijdige gevoelens en gedachten (ambivalentie) een belangrijke rol spelen.

MRI 

Magnetic Resonance Imaging: diagnostisch middel om een tumor en eventuele uitzaaiingen op te sporen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een magneetveld, radiogolven en een computer om een dwarsdoorsnede of lengtedoorsnede van het lichaam te maken.

MS 

Multiple Sclerose

MST 

Malnutrition Screening Tool, instrument om ondervoeding te meten.

Mucositis, orale 

Ontstekingsreactie van de mondslijmvliezen; verandering van het mondslijmvlies.

Multicausaal probleem 

Probleem (b.v. vermoeidheid) waarbij verschillende oorzaken elkaar in een complex patroon beïnvloeden.

Multidimensionele methode 

Hulpmiddel dat verschillende aspecten van pijn beschrijft en b.v. observatie van gedrag met een fysiologische meting combineert. Daarnaast wordt bij multidimensionele schalen meestal niet alleen gekeken naar de pijnintensiteit (hoeveel pijn heeft iemand?) maar ook naar de kwaliteit (hoe voelt de pijn aan?).

Multidisciplinaire coŲrdinatie 

Het op elkaar afstemmen van de zorg of  behandelingen verricht door verschillende betrokken disciplines.

Multimomentopname 

Methode om de werklast te bepalen door op willekeurige momenten te meten waaraan hoeveel tijd besteed wordt.

Multimorbiditeit 

Het tegelijkertijd lijden aan twee of meer chronische ziekten.

Multisensorische stimulatie 

Het selectief aanbieden van prikkels, die een direct appèl doen op horen, zien, voelen, proeven en ruiken, met als doel: het verhogen van het welbevinden en het bieden van veiligheid.

Multivariate analyse 

Analyse waarbij meer dan twee variabelen tegelijkertijd met elkaar in verband gebracht worden.

MUST 

Malnutrition Universal Screening Tool, instrument om ondervoeding te meten.

MVI 

Multidimensionele vermoeidheids vragenlijst

NABON 

Nationaal Borstkanker Overleg Nederland

NABON-richtlijn 

Landelijke richtlijn Mammacarcinoom van het NABON, Versie: 2.0 (2012). Volgens deze richtlijn moet de behandeling van een borstkankerpatiënt binnen 2 weken plaatsvinden.

NAH 

Niet-aangeboren hersenaandoeningen

NANDA 

North American Nursing Diagnosis Assosociation.

Naomi Feil 

Grondlegger van de validation benadering bij mensen met dementie, zie aldaar.

Narcolepsie 

Slaap-waakstoornis, met kenmerkend symptoom dat mensen overdag haast onbedwingbare slaapaanvallen krijgen.

NCCZ 

Nationale Commissie Chronisch Zieken

NDF 

Nederlandse Diabetes Federatie

NDT 

Negatieve druk therapie, toegepast bij wondverzorging.

NEC 

Necrotiserende Entero Colitis, ontsteking van de dikke darm waarbij deze gedeeltelijk necrotiseert (vaak t.g.v. vroeggeboorte).

Nederlandse Zorgautoriteit 

NZA: instantie belast met het vaststellen van tarieven voor de gezondheidszorg en het bewaken van een eerlijke marktwerking in de gezondheidszorg.

Nefemed 

Nederlandse Federatie van producenten, importeurs en handelaren in medische hulpmiddelen.

Nefropathie, diabetische 

Nieraandoening die bij diabetes kan ontstaan door aantasting van de kleine filtereenheden van de nier (de glomeruli).

Neglect 

Perceptiestoornis, stoornis die zich uit in het aangedane deel van het lichaam of de uitwendige ruimte aan de aangedane zijde (vooral bij CVA-patiënten en patiënten met een laesie in de linker hemissfeer).

Neo-adjuvante behandeling 

Behandeling van kanker die vóór de curatieve behandeling wordt gegeven om een beter behandelresultaat te verkrijgen, b.v. het bestralen van een tumor om deze te verkleinen, waarna vervolgens een operatie wordt uitgevoerd om de (kleiner geworden) tumor te verwijderen.

Neoblaas 

Na operatieve verwijdering van de blaas, wordt uit een stuk ileum van ca 60 cm een nieuwe blaas (neoblaas) gemaakt. Deze blaas wordt aangesloten op de plasbuis, zodat de patiënt op de normale manier kan urineren.

NET 

Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging van het Trimbos instituut, voor publiek te bereiken via www.rokeninfo.nl.

NETOL 

Screeningsinstrument, NEuropsychologische Testserie voor Oudere, Licht verstandelijk gehandicapte mensen.

nettotijd (bedieningstijd) 

Tijd die door medewerkers of afdelingen daadwerkelijk aan zorg of behandeling wordt besteed.

Netwerklogistiek 

Logistiek die er op gericht is om zowel de ketenlogistiek als de unitlogistiek zo optimaal mogelijk te laten zijn.

Netwerkontwikkeling 

Begeleiding bij het aangaan van nieuwe relaties of het intensiveren of verbeteren van bestaande relaties bij ouderen die aan eenzaamheid lijden.

Neurogene jeuk 

Neurogene jeuk ontstaat als gevolg van aandoeningen van andere organen dan de huid, zoals leveraandoeningen of nierproblemen.

Neuropathische jeuk 

Neuropathische jeuk is een vorm van jeuk die ontstaat als gevolg van beschadigingen of ziekten aan het perifere of centrale zenuwstelsel, zoals jeuk bij multiple sclerose of jeuk als gevolg van een hersentumor.

Neuropathische pijn 

Pijn die optreedt als gevolg van zenuwbeschadiging door b.v. tumoringroei of amputatie.

NFK 

Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties

NIC 

Nursing Interventions Classification

NIVEL 

Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg

NIZW 

Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn

NOC 

Nursing Outcomes Classification

Nociceptieve pijn 

Pijn die veroorzaakt wordt door weefselbeschadiging en een gevolg is van metastasen in botten of weke delen.

Nomenclatuur 

Systeem van naamgeving

Nominaal 

Meetniveau waarbij de verschillende waarden van een variabele niet geordend of gerangschikt kunnen worden, maar naast elkaar bestaan.

Non-profit organisaties 

Organisaties die proberen de uitgaven (kosten) lager te laten zijn dan de inkomsten (baten), maar waar dat geen hoofddoelstelling is en waar een eventuele winst niet wordt uitgekeerd aan de eigenaren.

non-REM 

non-Rem slaap, zie: NREM. 

Norm 

Uitspraak over een overeengekomen te bereiken doel van de zorgverlening aan de hand waarvan toetsing plaats kan vinden. Een norm is mono- of multidisciplinair, doet een uitspraak over het doel van de zorgverlening en beschrijft een niveau wat men zo goed mogelijk moet benaderen; is gebaseerd op consensus tussen belanghebbenden, doet een uitspraak over de gewenste uitkomsten van zorg en biedt daarmee een middel tot toetsing.

Norma Gill 

Norma Gill uit de Verenigde Staten was de eerste stomatherapeute ter wereld. Op haar initiatief werd in 1977 de internationale vereniging voor stomatherapeuten WCET opgericht.

NP/CF 

Vereniging Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie

NPTN 

Netwerk Palliatieve zorg voor Terminale patiënten Nederland

NPZ 

Netwerk Palliatieve Zorg

NREM 

Benaming van de eerste drie fasen van de slaap, die gezamenlijk de Non-Rapid Eye Movement (NREM) slaap worden genoemd.

NRV 

Nationale Raad voor de Volksgezondheid

NSAID's 

Niet-steroïde ontstekingsremmers

Nuldelijns gezondheidszorg 

Zie: basisechelon

NVAVG 

Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten.

NVHVV 

Nederlandse Vereniging voor Hart- en Vaat Verpleegkundigen

NVZ 

Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen

NYHA 

New York Heart Association

NZA 

Nederlandse ZorgAutoriteit: instantie belast met het vaststellen van tarieven voor de gezondheidszorg en het bewaken van een eerlijke marktwerking in de gezondheidszorg.

NZf 

Nederlandse Zorgfederatie

OAE 

Oto Akoestische Emissie, gehooronderzoek.

Obesitas 

Overgewicht, zwaarlijvigheid

Observationeel onderzoek 

Onderzoek waarbij de onderzoeker niet in de werkelijkheid ingrijpt doch deze slechts beschouwt, in tegenstelling tot experimenteel onderzoek.

Obsessief-compulsieve stoornis 

Dwangstoornis, waarbij geruime tijd van de dag besteed wordt aan dwanggedachten en dwanghandelingen.

Omaha system 

Het Omaha System is een classificatiesysteem dat sinds de jaren '70 van de vorige eeuw wordt gebruikt in de wijkzorg in de VS. Ook in ons land gebruiken steeds meer zorgaanbieders in de thuis- en ouderenzorg Omaha als classificatiesysteem en gecodeerde terminologie voor de dossiervoering. Het Omaha System is toepasbaar door verpleegkundigen, artsen en paramedici.

OMI-20 

Orale Mucositis Index

Onderdrukking 

De neiging onderdrukken om direct een oordeel of een verklaring te hebben, het eigen oordeel ‘tussen haakjes plaatsen’ en de eigen vooroordelen onderkennen.

Ondersteuning (bij boosheid) 

De patiënt helpen zijn woede op een adaptieve, niet-gewelddadige manier te uiten.

Ondervoeding 

De toestand van een individu waarin de inname van voedingsstoffen onvoldoende is om in de metabole behoefte te voorzien of de kans op deze toestand.

Ontvankelijkheid 

Het toelaten van de vreemde andere, het vreemde andere, en het nemen van verantwoordelijkheid voor wat zich aandient; de ander anders kunnen laten zijn en daarmee rekening houden in het handelen.

Open populatie 

Groep waar verschillende mensen over verschillende tijdsperioden toe kunnen behoren, b.v. inwoners van een stad.

Operational research 

Gebied van de toegepaste wiskunde waarin getracht wordt om door middel van wiskundige modellen uit te rekenen wat de gevolgen van bepaalde (management)beslissingen zullen zijn.

Operationaliseren 

Het meetbaar maken van concepten, het vertalen van concepten in variabelen.

Opleidingsvariant 

Variant van een bepaalde opleiding waar de student voor kan kiezen, zoals b.v.: voltijdopleiding, deeltijdopleiding of duale variant.

Opslagmethode 

Zie: Deelcalculatiemethode

OPT-model 

Outcome-Present State-Test model

Orale mucositis 

Ontstekingsreactie van de mondslijmvliezen; verandering van het mondslijmvlies.

Ordinaal 

Meetniveau waarbij de verschillende waarden van een variabele wel geordend of gerangschikt kunnen worden, maar waarbij de onderlinge afstand tussen de waarden verschillend is.

Orthotope blaasvervanging 

Ook: neoblaas. Na operatieve verwijdering van de blaas, wordt uit een stuk ileum van ca 60 cm een nieuwe blaas gemaakt. Deze blaas wordt aangesloten op de plasbuis, zodat de patiënt op de normale manier kan urineren.

OSAS 

Obstructief Slaap Apneu Syndroom

Osteoporose 

Botontkalking, broze botten, verlies van botkwaliteit; treedt op bij het ouder worden, maar komt ook vaak voor bij mensen met reumatische aandoeningen en auto-immuun ziekten.

Oto Akoestische Emissie 

Gehooronderzoek, waarbij een meetmicrofoontje in de gehoorgang wordt geplaatst en de cliënt gevraagd wordt stil te zijn. Het toestel meet, na aanbieden van een zekere stimulus, wat daarvan in de gehoorgang het effect is.

Overloop incontinentie 

Ongewild urineverlies dat optreedt als gevolg van een overrekking van de blaasspier.

PAAZ 

Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis

PAH 

Pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige en levensbedreigende aandoening, waarbij de bloeddruk in de longslagader abnormaal hoog is. Patiënten met PAH maken deel uit van de grotere groep patiënten met pulmonale hypertensie (PH).

Palliatieve behandeling 

Behandeling van een patiënt bij wie de ziekte niet meer te genezen is, zoals: het verhelpen van een afsluiting in het lichaam of de bestrijding van ernstige pijn als gevolg van een groeiende tumor of metastasen. Bij deze vorm van therapie staat niet de genezing centraal, maar gaat het om verzachting.

Palliatieve sedatie 

Het doelbewust verlagen van het bewustzijn van een patiënt die zich in de laatste levensfase bevindt d.m.v. toediening van sedativa.

Palliatieve zorg 

Zorg voor stervenden en voor zieken die niet meer genezen kunnen worden, zorg voor mensen waarvan het kwetsbaarste bezit (het eigen leven) in gevaar is.

Panelstudie 

Onderzoeksdesign waarin een groep mensen in de tijd vervolgd wordt, ook wel prospectief onderzoek of (in de epidemiologie) cohort studie genoemd.

Paniek 

Extreem verhoogd activeringsniveau en ongerichte aandacht, gekoppeld aan een verwachte (niet-specifieke) bedreiging voor de  patiënt zelf of significante relaties.

Patient empowerment 

Hieronder wordt verstaan dat er vanuit gegaan wordt dat de patiënt zelf het succes van de behandeling bepaalt en dat de behandeling moet worden afgestemd op de persoonlijke situatie, behoeften en wensen van de patiënt.

PatiŽntclassificatiemethode 

Het indelen van patiënten in een bepaalde categorie van zorgzwaarte.

PatiŽntcontrole onderzoek 

Bij deze vorm van onderzoekj wordt niet van groepen met of zonder bepaalde exposities uitgegaan, maar worden mensen die de ziekte al hebben vergeleken met mensen die de ziekte niet hebben.

PatiŽntveiligheid 

Het (nagenoeg) ontbreken van (de kans op) aan de patiënt toegebrachte schade (lichamelijk/psychisch) die is ontstaan door het niet volgens de professionele standaard handelen van hulpverleners en/of door tekortkoming van het zorgsysteem.

PDL 

Passiviteiten van het Dagelijks Leven, in tegenstelling tot ADL staat bij PDL de acceptatie van de passiviteit en het comfort van zowel patiënt als verzorgende voorop.

PDSA 

Plan-Do-Study-Act (verbetercyclus, ook genoemd Deming circle): Met betrekking tot kwaliteit wordt deze als volgt beschreven:

Plan: Bepalen van de gewenste kwaliteit van zorg die de organisatie levert

Do: Uitvoeren wat er is bepaald/vastgelegd

Check: Bewaken en controleren of daarmee de kwaliteit is behaald

Act: Verbeteren van de kwaliteit

Peer assessment 

Beoordeling door medestudenten

Percentiel 

De waarde van een variabele uit een geordende reeks waarnemingen waarboven of waaronder een bepaald percentage van de waarnemingen ligt.

Perceptie 

Beleving, oordeel over wat er aan de hand is

Peritonitis 

Buikvliesontsteking

Peritonitis carcinomatosa 

Buikvlieskanker

Persoonlijk OntwikkelingsPlan 

POP: een al dan niet digitaal document waarin de student zijn of haar ontwikkelingsplannen bijhoudt en bijstelt o.b.v. reflectie, toetsing, feedback e.d.

Persoonlijke activering 

Begeleiding van ouderen bij het bewust maken van een eenzaamheids bevorderende houding of gedrag incl begeleiding bij het veranderen van deze situatie. Nadruk ligt op bevordering van sociale en emotionele steun om sociale zelfredzaamheid te versterken.

Persoonlijke leerweg 

Het geheel van leeractiviteiten die de student kiest om zich de competenties eigen te maken die hij of zij zelf van belang vindt voor zijn persoonlijke (beroeps)ontwikkeling.

PersoonsGebonden Budget 

PGB: aan zorgvragers toegekend bedrag of budget waarmee zij zelf de door hun te kiezen zorgverleners en zorg kunnen betalen.

PERT 

Program Evaluation and Review Technique, voorbeeld van een klinisch pad (zie aldaar).

PES 

Probleem-Etiologie-Symptomen

PES-formule 

Een door Gordon ontwikkelde vaste structuur om een verpleegkundige diagnose te beschrijven.

PET-scan 

Diagnostisch middel om een tumor en eventuele uitzaaiingen op te sporen. Hierbij wordt het stofwisselingsproces gebruikt om kankercellen op te sporen (de meeste kankercellen hebben een verhoogde stofwisseling).

PGB 

Persoonsgebonden budget: aan zorgvragers toegekend bedrag of budget waarmee zij zelf de door hun te kiezen zorgverleners en zorg kunnen betalen.

PGd 

Persoonlijk Gezondheidsdossier

PH 

Pulmonale hypertensie: verhoogde bloeddruk in de longvaten, een zeldzame en ernstige aandoening waarbij de bloeddruk in de longslagader hoger is dan normaal. Komt bij verschillende systemische auto-immuunziekten voor.

PICO-methode 

Een hulpmiddel bij het formuleren van een vraag op een zodanige wijze dat het zoeken naar literatuur goed wordt ondersteund, waarbij PICO staat voor:

P: patient

I: intervention

C: comparison

O: outcome

Pijn 

Onplezierige, sensorische en emotionele ervaring gerelateerd aan een feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging, of beschreven in termen van weefselbeschadiging.

Pijn, neuropathische 

Pijn die optreedt als gevolg van zenuwbeschadiging door b.v. tumoringroei of amputatie.

Pijn, nociceptieve 

Pijn die veroorzaakt wordt door weefselbeschadiging en een gevolg is van metastasen in botten of weke delen.

Piper 

Barbara Piper ontwikkelde als een van de eersten een meetinstrument voor aan kanker gerelateerde vermoeidheid, het Integrated Fatique Model.

Placebo-effect 

Het je beter voelen op grond van een niet werkzaam middel of een niet werkzame therapie.

PMPS 

Post Mastectomie Pijn Syndroom, pijn bij vrouwen die een mastectomie hebben ondergaan; wanneer deze pijn 4 dagen/week aanwezig is en op een numerieke pijnschaal met 3 of hoger wordt beoordeeld, is er sprake van PMPS.

Polyfarmacie 

Het gelijktijdig gebruik van 5 of meer verschillende soorten geneesmiddelen.

Polyposis coli 

Erfelijke aandoening waarbij zich poliepen ontwikkelen in o.a. de dikke darm; deze kunnen ontaarden in kwaadaardige tumoren.

Poorttheorie 

Een theorie die ons denken en handelen m.b.t. pijn sterk heeft beïnvloed, ontwikkeld door Melzack en Wall. Deze theorie maakt onderscheid tussen twee soorten zenuwvezels: dikke en dunne. De aanname is dat prikkeling van de dunne zenuwvezels leidt tot het openen van een denkbeeldige poort in het ruggenmerg, waardoor prikkels worden doorgestuurd naar de hersenen (met pijngewaarwording als gevolg).

POP 

Persoonlijk OntwikkelingsPlan: een al dan niet digitaal document waarin de student zijn of haar ontwikkelingsplannen bijhoudt en bijstelt o.b.v. reflectie, toetsing, feedback e.d.

Populatie 

Letterlijk bevolking; hiermee wordt de bevolking bedoeld waarop onderzoeksgegevens betrekking hebben; meestal wordt uit deze populatie een steekproef getrokken waarbij het onderzoek daadwerkelijk uitgevoerd wordt: de onderzoeks- of studiepopulatie.

Portfolio 

Een map of dossier van documenten waarmee je zichtbaar maakt waar je staat in de ontwikkeling van je persoonlijke competenties en je beroepscompetenties.

Portfolio assessment 

Hierin word je als student uitgenodigd je competentieontwikkeling te bewijzen door het presenteren van het eigen portfolio.

POS 

Palliative care Outcome Scale, vragenlijst om alle aspecten die door patiënten worden aangegeven als belangrijk voor de kwaliteit van leven te meten.

Posttraumatische reactie 

Langdurige pijnlijke reactie op een ingrijpende (onverwachte en buitengewone) traumatische gebeurtenis.

Pragmatisch aspect 

Het effect (kennisvermeerdering, gevoelens en/of gedragingen) van informatie.

Praktische wijsheid 

Wijsheid opgedaan door traditie en door vallen en opstaan.

Predictieve waarde 

De kans dat iemand met een positieve testuitslag de ziekte inderdaad heeft.

PreMedline 

Databank met referenties van wetenschappelijke artikelen, onderdeel van PubMed. PubMed is vrij toegankelijk via internet en bestaat uit Medline en PreMedline.

Prestatie-indicator 

Informatie met behulp waarvan kan worden vastgesteld of  een bepaalde prestatie of effect is of wordt bereikt.

Prevalentie 

Geeft het aantal mensen aan dat op een bepaald moment een gezondheidsprobleem heeft, betrokken op de risicopopulatie.

Preventieve gezondheidszorg 

Gezondheidszorg die gericht is op het voorkómen van ziekten, gebreken of handicaps.

Preventieve maatregel 

Maatregel genomen om de oorzaak van een mogelijke toekomstige afwijking of andere mogelijke ongewenste situatie weg te nemen.Preventieve maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat zich iets voordoet, terwijl corrigerende maatregelen genomen worden om herhaling te voorkomen.

Prijsverschillen 

De afwijkingen van een vastgesteld budget die een gevolg zijn van hogere of lagere prijzen dan oorspronkelijk begroot.

Primaire proces 

Het basisproces (productieproces of dienstverleningsproces) waarmee de doelstellingen van een organisatie gerealiseerd worden.

Probleemvermijding 

Aanhoudende bagatellisering of ontkenning van informatie (feiten, betekenissen, gevolgen) wanneer de situatie een actieve aanpak van het probleem verlangt.

Procedure 

Beschrijving van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van diverse actoren. Een procedure geldt binnen een of meer beroepsgroepen, kan zowel mono- als multidisciplinair zijn, beschrijft verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot een bepaalde werkwijze en is organisatiebreed.

Proces 

Geheel van samenhangende of elkaar beïnvloedende activiteiten dat input omzet in output.

Proces, verpleegkundige 

Het proces van verplegen, dat wil zeggen datgene wat tussen en met betrekking tot de patiënt, zijn mantelzorger(s) en de verpleegkundige ontstaat en zich afspeelt van het eerste tot en met het laatste contact.

Procesindicatoren 

Procesindicatoren worden ingezet bij kwaliteitsmeting en  geven informatie over de daadwerkelijke zorgverlening zoals het functioneren van zorgverleners en het aantal keer dat een bepaalde preventieve interventie is ingezet.

Prodromale verschijnselen 

Symptomen die een voorbode van een (psychische) ziekte kunnen zijn, signalen die niet altijd direct herkend worden als ziekteverschijnsel. Het gaat vaak om gedragsveranderingen die op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd, zoals b.v. als puberaal gedrag.

Productorganisatie 

Een organisatie waar materiële producten worden gemaakt.

Professionele standaard 

De beste manier van handelen in een specifieke situatie met inachtneming van recente inzichten en evidence (bewijs), zoals neergelegd in richtlijnen en protocollen van de beroepsgroep, dan wel het handelen zoals van een redelijk ervaren en bekwame beroepsgenoot in gelijke omstandigheden mag worden verwacht.

Profitorganisaties 

Organisaties die naar winst streven (ook als doelstelling) en waarbij die winst ten goede komt aan de eigenaren van de organisatie.

Prognostische epidemiologie 

Onderzoek gericht op de effectiviteit van verschillende behandelwijzen, waarbij men wil nagaan wat de prognoses zijn van een gezondheidsprobleem indien bepaalde interventies uitgevoerd worden (zie ook: klinische epidemiologie).

Progressief variabele kosten 

Kosten die meer dan evenredig toe- of afnemen naarmate de productie of dienstverlening toeneemt of afneemt.

Progressieve spierontspanning 

De patiënt helpen achtereenvolgens verschillende spiergroepen aan te spannen en te ontspannen en zich bewust te worden van het gevoel dat dit teweegbrengt.

Proliferatiefase 

Eén van de 3 fasen waarin wondgenezing (in een gezond lichaam) verloopt, de andere 2 fasen zijn: reactiefase en remodellingsfase.

Proportioneel variabele kosten 

Kosten die evenredig toe- of afnemen naarmate de productie of dienstverlening toeneemt of afneemt.

Proportionele sterfte 

Geeft aan hoeveel mensen aan een bepaalde ziekte overlijden, betrokken op alle mensen die in deze periode overlijden.

Propositie 

Uitspraak in een theorie over de samenhang van concepten

Prospectief 

Vooruitziend, op de toekomst gericht

Prospectief onderzoek 

Onderzoek waarbij met de tijd mee gekeken wordt, d.w.z. van vermoedelijke oorzaak naar gevolg.

Protocol 

Een document dat tot doel heeft de verpleegkundigen of verzorgenden te ondersteunen bij het uitvoeren van zorginhoudelijke handelingen, met andere woorden: het geeft aan hoe een handeling uitgevoerd kan worden. Een protocol is mono- of multidisciplinair, is een werkinstructie c.q. voorschrift; het geeft aan hoe iets gedaan moet worden en beschrijft een uniforme benadering waarbij de volgorde van handelingen is vastgelegd.

Protoprofessionalisering 

Protoprofessionalisering wil zeggen dat de huidige patiënt mondiger is geworden, wat betekent dat hij, naast eigen ervaring, beleving van en wensen ten aanzien van zijn ziekte, met meer achtergrondkennis over zijn gezondheidsprobleem de spreekkamer van de arts of verpleegkundige binnenstapt.

PROVOKE 

Hulpmiddel (acroniem) om huidafwijkingen systematisch te beschrijven: Plaats, Rangschikking, Omvang, Vorm, Omtrek, Kleur, Efflorescentie.

Proximale lis 

Aanvoerende lis

Pruritogene jeuk 

Pruritogene jeuk is jeuk als gevolg van chronische inflammatoire huidaandoeningen, zoals jeuk bij constitutioneel eczeem.

Psoriasis 

Huidziekte

Psoriasis unguum 

Een vorm van psoriasis waarbij putjes in de nagels en bruine verkleuringen onder de nagel ontstaan.

Psoriasis vulgaris 

Huidziekte, de bekendste vorm van psoriasis, waarbij de huid rood wordt en sterk gaat schilferen.

Psychogene jeuk 

Psychogene jeuk is jeuk die gerelateerd is aan psychiatrische aandoeningen zoals parasietenwaan of een dwangstoornis.

PTSS 

Post-traumatisch stress syndroom

Pubmed 

Databank met referenties van wetenschappelijke artikelen. De referenties bevatten niet de volledige tekst van het artikel, maar wel worden van elk artikel de auteur(s), titel, tijdschrifgegevens, trefwoorden en een samenvatting (abstract) vermeld. PubMed is vrij toegankelijk via internet en bestaat uit Medline en PreMedline.

Pull activiteiten 

Activiteiten in het kader van personeelsplanning die er op gericht zijn om een tekort aan benodigd personeel in de toekomst te voorkomen.

Pulmonale arteriŽle hypertensie 

Een ernstige en levensbedreigende aandoening, waarbij de bloeddruk in de longslagader abnormaal hoog is. Patiënten met PAH maken deel uit van de grotere groep patiënten met pulmonale hypertensie (PH).

Pulmonale hypertensie 

Verhoogde bloeddruk in de longvaten, een zeldzame en ernstige aandoening waarbij de bloeddruk in de longslagader hoger is dan normaal. Komt bij verschillende systemische auto-immuunziekten voor.

Punctie 

Diagnostisch middel om een tumor en eventuele uitzaaiingen op te sporen; dit gebeurt d.m.v. het opzuigen van weefsel met een naald, waarna het weefsel op abnormale celdelingen wordt onderzocht.

Push activiteiten 

Activiteiten in het kader van personeelsplanning die er op gericht zijn om een overschot aan benodigd personeel in de toekomst te voorkomen.

PVOD 

Pulmonale veno-occlusieve ziekte (disease), wordt geclassificeerd onder de pulmonale arteriële hypertensie (PAH), zie aldaar.

P-waarde 

De kans dat een gevonden verschil of verband door het toeval ontstaan is; een veel gebruikte drempelwaarde (alfa) is 0,05 of 5%.

Pyoderma gangrenoseum 

Zeldzame aandoening met ulcera, ontstaan door necrotisering van huidinfiltraten.

Quasi-experiment 

Experimenteel onderzoek waarbij of geen controlegroep is of waarbij de toewijzing aan experimentele en controlegroep niet aselect heeft plaatsgevonden.

Quetelet-index 

Antropometrische maat waarin lichaamsgewicht in verband wordt gebracht met lichaamslengte (ook wel BMI genoemd).

QUOTE 

QUality Of care Through the patients Eyes (kwaliteit van zorg vanuit patiëntperspectief).

QUOTE-vragenlijst 

Vragenlijst van het NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) om meningen, ideeën, wensen en ervaringen van patiënten te betrekken in de beleidsvorming.

RA 

Reumatoïde artritis, chronische auto-immuun ziekte die wordt gekenmerkt door ontstekingen in de gewrichten (van handen, voeten, knieën, polsen en enkels).

Randomisatie 

Het aselect toewijzen van onderzoekspersonen aan experimentele of controlegroep.

Randomized controlled trial 

Zie: experiment

Range 

Benoeming van het kleinste en het grootste getal van een getallenverzameling.

Ratio 

Meetniveau waarbij de verschillende waarden van een variabele niet alleen dezelfde vaste afstand hebben, maar waar bovendien sprake is van een vast nulpunt.

Raynaud, fenomeen van 

Verkleuring van de huid van vingers en/of tenen bij mensen met sclerodermie (systemische sclerose).

RCT 

Randomized controlled trial, zie experiment.

Reactiefase 

Eén van de 3 fasen waarin wondgenezing (in een gezond lichaam) verloopt, de andere 2 fasen zijn: proliferatiefase en remodellingsfase.

Realiteits OriŽntatie Training 

ROT werd ontwikkeld eind jaren '50 van de vorige eeuw als revalidatietechniek voor oudere, chronische psychiatrische patiënten. Later, in de jaren '60 en '70, werd deze training ook toegepast bij dementerenden.

Redeneren, klinisch 

Het cognitieve proces dat zorgprofessionals gebruiken wanneer ze de gegevens over de patiënt beoordelen en analyseren met als doel behandeling en/of zorg te plannen en uit te voeren om positieve patiëntenresultaten te bereiken.

Redeneren, verpleegkundig 

Betere benaming binnen het vak verpleegkunde voor klinisch redeneren omdat verpleegkundigen, vanuit hun eigen vakgebied, andere aspecten in hun redeneerproces mee zullen nemen dan b.v. artsen (die vanuit een klinische blik redeneren).

Refeeding syndrome 

Syndroom dat optreedt wanneer enige tijd niet of onvoldoende is gevoed. Zodra er dan weer gevoed wordt, kunnen ernstige complicaties ontstaan (refeeding syndroom).

Reflectie 

Overdenken van en/of terugkijken op het eigen handelen om de effectiviteit ervan te verbeteren, ofwel: bespiegelend nadenken over.

Reflectieve praktijkvoering 

Manier om inzicht te krijgen in ervaringskennis die beroepsbeoefenaren in staat stelt om het persoonlijk handelen effectief te maken in hun werk.

Relatief risico 

Hiervan spreekt men wanneer de incidenties of risico’s van groepen die al dan niet onder bepaalde omstandigheden verkeren door elkaar gedeeld worden.

Relaxatie 

Cognitieve gedragsinterventie, ontspanning (zie ook: progressieve spierontspanning)

REM 

Rapid Eye Movement (REM), slaapfase die gekenmerkt wordt door snelle oogbewegingen. Gedurende deze fase is de ademhalingsfrequentie irregulair en het hartritme en de bloeddruk stijgen. Ook wordt in deze fase het meest gedroomd. Daarom wordt deze fase ook wel de droomslaap genoemd.

Reminiscentie 

De patiënt stimuleren terug te denken aan gebeurtenissen, gevoelens en gedachten uit het verleden om hem te helpen zich aan te passen aan zijn huidige omstandigheden.

Remodelleringsfase 

Eén van de 3 fasen waarin wondgenezing (in een gezond lichaam) verloopt, de andere 2 fasen zijn: reactiefase en proliferatiefase.

Rentabiliteit 

De verhouding tussen de baten (opbrengsten) en kosten van een organisatie.

REPOS 

Rotterdam Elderly Pain Observation Scale

Representativiteit 

In relatie tot onderzoek: De mate waarin een steekproef een afspiegeling is van de populatie waaruit deze steekproef getrokken is.

Respijtopname 

Een korte opname van b.v. mensen in de palliatieve fase: om de zaak wat onder controle te brengen, symptomen te bestrijden en mantelzorgers even wat 'lucht' te geven.

Respijtzorg 

Tijdelijke opvang van mensen die zorg nodig hebben of het overnemen van de zorg gedurende een korte periode (b.v. als mantelzorger op vakantie wil). Deze zorg kan geboden worden in een verpleeghuis, dagopvang, op een zorgboerderij of in het eigen huis.

Responsief (van effectmaat) 

Hiermee wordt bedoeld dat een maat gebruikt wordt die over het traject waar verandering te verwachten is ook verandering aangeeft.

Resultaat, beoogd 

Een weergave van de nagestreefde effecten van verpleegkundige tussenkomst, gebaseerd op de gestelde diagnose, prognose en de voorgenomen interventies.

Resultaten, verpleegkundige 

(Als fase in het besluitvormingsproces:) de resultaten die worden bereikt door de uitvoering van de interventies. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt in de beoogde resultaten (de doelen) en de behaalde resultaten

Resultatenrekening 

Een overzicht van inkomsten (baten) en uitgaven (kosten) in een bepaalde periode van een organisatie of instelling.

Retinopathie 

Vaatafwijking in de retina (netvlies van het oog), complicatie bij mensen met diabetes die tot slechtziendheid en blinkheid kan leiden.

Retrospectief onderzoek 

Onderzoek waarbij tegen de tijdsvolgorde in gewerkt wordt, men beschouwt vanuit een gevolg de mogelijke oorzaken die daaraan vooraf gegaan zijn.

ReumatoÔde artritis 

Chronische auto-immuun ziekte die wordt gekenmerkt door ontstekingen in de gewrichten (van handen, voeten, knieën, polsen en enkels).

RIAGG 

Regionaal Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.

RIBW 

Regionale Instelling voor Beschermende Woonvormen: semimurale voorziening voor (ex-)psychiatrische patiënten.

Richtlijn 

Richtlijnen zijn systematisch ontwikkelde aanbevelingen bedoeld om hulpverleners en patiënten te helpen bij het nemen van beslissingen over de gewenste zorg bij concrete gezondheidsproblemen. Richtlijnen kunnen mono- of multidisciplinair zijn.

Richtlijn, verpleegkundige 

Een document dat tot doel heeft de besluitvorming van verpleegkundigen of verzorgenden te ondersteunen en aan te geven wat het beste gedaan kan worden gedurende een bepaald zorgproces bij een omschreven groep patiënten. Een richtlijn omvat systematisch ontwikkelde uitspraken waarin wetenschappelijke inzichten en klinische ervaring tot uitdrukking komt, geeft richting aan het zorgproces; het geeft aan wat er gedaan kan worden, ondersteunt de besluitvorming van zorgverleners en het verdient aanbeveling de richtlijn te volgen, echter indien de situatie dit toelaat mag van de richtlijn worden afgeweken.

Richtlijnen, evidence based 

Evidence based richtlijnen zijn wetenschappelijk onderbouwde, landelijk geldende, vakinhoudelijke aanbevelingen voor optimale zorg voor de patiënt. Ze zijn bedoeld om artsen en andere zorgverleners te ondersteunen bij de klinische besluitvorming. Ze bevatten ook patiëntenvoorkeuren, kostencomponenten en aspecten van implementatie.

Rijpercentages 

De percentages in een tabel berekend over een (horizontale) rij

Risico 

Een functie van de mogelijkheid op een ongewenst effect en de grootte van dat effect, voortvloeiend uit geva(a)r(en).

RIVM 

RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne

RLS 

Restless Legs Syndrome

Rollen- en relatiepatroon 

8e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Rolvervulling 

Mate waarin het rolgedrag overeenstemt met de rolverwachtingen.

Rooming in 

Ondersteuning van naasten (van een patiënt).

ROT 

Realiteits Oriëntatie Training, ontwikkeld eind jaren '50 van de vorige eeuw als revalidatietechniek voor oudere, chronische psychiatrische patiënten. Later, in de jaren '60 en '70, werd deze training ook toegepast bij dementerenden.

Rouwverwerking 

Aanpassing aan een feitelijk of dreigend verlies.

RPFS 

Revised Piper Fatique Scale, meetinstrument bij vermoeidheid, zie ook: Piper.

RUMBA 

Relevant-Understandable-Measurable-Behavioral-Attainable: formulering in termen van relevantie, begrijpelijkheid, meetbaarheid, gedrag en bereikbaar.

RVZ 

Raad voor de Volksgezondheid en Zorg

Sanfilippo syndroom 

Het Sanfilippo syndroom is een zeldzame, ernstige stofwisselingsziekte, waarbij het lichaam bepaalde stoffen niet kan afbreken. De stoffen stapelen zich op in de hersenen en de spieren, die daardoor ernstig beschadigd raken.

Sarcopenie 

Een vorm van eiwitondervoeding, waarbij zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de spiermassa verminderd is. Mensen hebben dan vaak een slecht evenwicht (lopen langzaam en onzeker). Er is een grote valkans. Het betreft meestal ouderen.

SBU 

Studiebelastingsuur: Het aantal uren dat een student gemiddeld nodig heeft om de vereiste competentieontwikkeling van een bepaalde leereenheid te kunnen behalen.

SCEN 

Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland.

Scenario 

Het geheel van uitgangspunten en veronderstellingen betreffende een toekomstige situatie.

SCEN-arts 

Arts die speciaal geschoold is om als consulent te fungeren bij de beoordeling van een euthanasievraag.

Schade 

Een nadeel voor de patiënt dat door zijn ernst leidt tot verlenging of verzwaring van de behandeling, tijdelijk of blijvend lichamelijk, psychisch en/of sociaal functieverlies, of tot overlijden.

SCLE 

Subacute Cutane Lupus Erythematodes, zie ook bij: CLE.

Sclerodermie 

Andere naam voor Systemische Sclerose (SSc), een zeldzame bindweefselziekte die 1 op de 10.000 volwassenen treft en 4x vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomt.

SDM 

Shared Decision Making (gedeelde besluitvorming).

Sedatie, palliatieve 

Het doelbewust verlagen van het bewustzijn van een patiënt die zich in de laatste levensfase bevindt d.m.v. toediening van sedativa.

Sedativa 

Bewustzijnsverlagende geneesmiddelen

Seksualiteit 

Handelingen en gevoelens die te maken hebben met lichamelijke opwinding en vrijen.

Seksualiteits- en voortplantingspatroon 

9e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Seksuele gezondheid 

Integratie van fysieke, emotionele, intellectuele en sociale aspecten van de (seksuele) menselijkheid op een manier die positief is en verrijkend en bijdraagt aan het versterken van de persoonlijkheid, communicatie en liefde.

Seksuele problematiek 

Het ongenoegen dat zich ontwikkelt wanneer iemand teveel discrepantie ervaart tussen wat hij of zij wil ervaren (binnen een seksuele relatie) en wat hij of zij werkelijk ervaart.

Selectie 

Hiervan spreekt men wanneer vertekening (bias) veroorzaakt wordt doordat groepen die vergeleken worden, bijvoorbeeld wel- en niet-geëxponeerden, ook nog in andere opzichten dan de expositie verschillen.

Self-assessment 

Zelfbeoordeling

Self-efficacy 

Zelfeffectiviteit, geloof in eigen kunnen; het versterken daarvan betekent oefenen van nieuw gedrag, informatie geven, belemmeringen proberen op te heffen en de patiënt proberen te overtuigen van zijn eigen kracht en mogelijkheden, b.v. in het kader van therapietrouw of bij stoppen met roken.

Semantisch aspect 

De betekenis van bepaalde informatie.

Semi-Fowler houding 

Rugligging waarbij zowel het hoofdeinde 30° als het voeteneinde 30° omhoog getild worden. Het is een ontspannende houding, toegepast ter preventie van decubitus, waarin zowel druk als schuifkracht minimaal is.

Semimurale gezondheidszorg 

Zorg voor zorgvragers die niet volledig in een zorginstelling zijn opgenomen, maar wel beschermende huisvesting, opvang of  begeleiding krijgen.

Sensibiliteitsstoornis 

Het niet meer voelen van pijn, kou, warmte of tast. Ook kan het zijn dat een gevoelsprikkel juist versterkt wordt waargenomen (in dat geval ervaart de patiënt een streling b.v. als pijn).

Sensitiviteit (van een test) 

Het vermogen om zieken als zodanig te herkennen

SGA 

Subjective Global Assessment: instrument om ondervoeding te meten (het afnemen van de SGA moet door een daartoe getrainde professional gebeuren, zoals diëtist, verpleegkundige of arts).

SGAN 

Stichting Gezondheid Allochtonen Nederland (SGAN), patiëntenorganisatie die werkt met vrijwilligers en jaarlijks ondersteuning en voorlichting biedt aan gemiddeld 3000 niet-westerse patiënten en cliënten.

Signalerende grootheid 

Zie: Prestatie-indicator

Significant 

Waarschijnlijk niet door het toeval veroorzaakt; de kans dat een verschil of verband toch door het toeval veroorzaakt wordt, wordt met de p-waarde aangegeven.

SjŲgren, syndroom van 

Het syndroom van Sjögren is een chronische ziekte waarbij klieren ontstoken raken, vooral de traan- en speekselklieren.

Skeletscintigrafie 

Diagnostisch middel om uitzaaiingen in het skelet op te sporen.

Skin picking 

Stoornis waarbij sprake is van zelf toegebrachte huidbeschadigingen, ook dermatillomanie genoemd.

Slaap-/rustpatroon 

5e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Slaapapneu 

Stoornis waarbij er tijdens de slaap veelvuldig langdurige ademhalingspauzes optreden (meer dan 15 seconden). Door het zuurstofgebrek ontwaakt een patiënt alvorens hij de diepe slaap heeft bereikt.

Slaappatroon, verstoord 

Verandering in de duur of kwaliteit van de nachtrust die ongemak veroorzaakt of een belemmering vormt voor de gewenste manier van leven.

SLE 

Systemische Lupus Erythematosus, een auto-immuun ziekte waarbij allerlei organen zijn aangedaan.

Slikstoornis 

Het abnormaal functioneren van het slikmechanisme, gepaard gaand met afwijkingen in structuur of functioneren van mond, farynx of oesophagus

SMART (formulering) 

Specifiek-Meetbaar-Acceptabel-Realistisch-Tijdgebonden

SNAQ 

Short Nutritional Assessment Questionnaire, meetinstrument voor screening van ondervoeding. Afgeleide meetinstrumenten hiervan voor specifieke doelgroepen/situaties zijn: SNAQ65+ en SNAQRC (RC=Residential Care).

Snoezelen 

Multisensorische stimulatie, met als doel: het verhogen van het welbevinden en het bieden van veiligheid. Bij snoezelen geprobeerd de patiënt te bereiken via selectief aangeboden prikkels, die een direct appèl doen op horen, zien, voelen, proeven en ruiken. 

Sociale media 

Sociale media is een verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee mensen onderling contact leggen. Bekende sociale netwerken zijn Hyves, Facebook, Linkedin, Twitter en YouTube. Gemeenschappelijke deler is dat je er informatie, meningen en ideeën kunt uitwisselen.

Sociale vaardigheden 

Mate waarin iemand effectieve interactiegedragingen vertoont.

Sociotechnische analyse 

Methode om te bepalen welke informatie groepen of personen ten behoeve van hun onderlinge communicatie nodig hebben.

SOG 

Specialist Ouderengeneeskunde

Solvabiliteit 

De mate waarin de bezittingen van een organisatie meer waard zijn dan de totale schulden (ofwel: het eigen vermogen positief is).

Somato-agnosie 

Perceptiestoornis, stoornis in het herkennen van eigen lichaamsdelen.

SpatiŽle agnosie 

Perceptiestoornis, stoornis in de ruimtelijke ordening van de omgeving.

Specificiteit (van een test) 

Het vermogen om gezonden als zodanig te herkennen.

SPECT 

Single Photon Emission Computed Tomography: hulpmiddel om frontaalkwab-dementie te diagnosticeren.

Spierontspanning, progressieve 

De patiënt helpen achtereenvolgens verschillende spiergroepen aan te spannen en te ontspannen en zich bewust te worden van het gevoel dat dit teweegbrengt.

Spiritualiteit 

Het levensbeschouwelijke dan wel het religieuze functioneren waartoe ook aspecten van zingeving en zinervaring behoren.

Splitstoma 

Hierbij worden zowel de aanvoerende lis als de afvoerende lis als stoma ingehecht in de buikwand. Uit de aanvoerende stoma komt de ontlasting, het afvoerende deel produceert alleen slijm. Wordt vooral aangelegd in de kinderchirurgie.

Spondylitis ankylopoetica 

Ziekte van Bechterew, zie aldaar (Bechterew).

Spraak-audiometrie 

Gehooronderzoek, warbij men het verband nagaat tussen de geluidssterkte van de spraak en het verstaan van de spraak.

SSc 

Systemische Sclerose, een zeldzame bindweefselziekte die 1 op de 10.000 volwassenen treft en 4x vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomt.

Standaard, verpleegkundige 

Uitspraak over een gewenst uitvoeringsniveau binnen één discipline; beschrijft het door de professie overeengekomen uitvoeringsniveau (verkregen via consensus), beschrijft een uitvoeringsniveau dat behaald moet worden, doet een uitspraak over de gewenste uitkomsten van zorg en biedt daarmee een middel tot toetsing, maar beschrijft niet hoe het uitvoeringsniveau behaald moet worden.

Standaardafwijking 

Een statistische maat van spreiding die als de gemiddelde afwijking van het gemiddelde aangegeven kan worden.

Standaardiseren (van maten) 

Rekenmethode die de incidenties over b.v. eenzelfde leeftijdsopbouw berekent (zijn er dan nog verschillen, dan kunnen die niet door verschillen in leeftijd tussen de populaties verklaard worden).

STAR 

Veel gebruikt hulpmiddel om verpleegsituaties te analyseren, waarbij STAR staat voor:

Situatie-Taak-Acties-Resultaat

STG 

Stichting Toekomstscenario’s Gezondheidszorg

Stichting AK 

(voorheen) Stichting Allochtonen en Kanker, zie: SGAK.

STIMEDIC 

Naam van een stapsgewijze methode voor de begeleiding van rokende patiënten. De methode stond voorheen bekend als MIS, zie aldaar. Zie ook: STIVORO.

STIVORO 

Organisatie die zich sinds ca 40 jaar sterk maakt voor tabaksontmoediging in Nederland, zie ook: Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging van het Trimbos instituut, voor publiek te bereiken via www.rokeninfo.nl.

Stoma 

Onnatuurlijke, al of niet kunstmatige opening die een lichaamsholte met de buitenwereld verbindt en die het gevolg is van een ziekte of operatie.

Stoma, dubbelloops 

Hierbij wordt een lis van de darm naar buiten geleid, in de lengte open gesneden en de darm wordt daarna naar buiten toe omgestulpt en vast gehecht aan de huid. Op deze wijze ontstaan er twee openingen. Is meestal tijdelijk, maar kan ook blijvend zijn.

Stoma, enkelloops 

Hierbij is een uiteinde van de darm door de buikwand naar buiten gebracht, omgestulpt en vast gehecht aan de huid, de stoma heeft één opening; kan zowel blijvend als tijdelijk zijn.

Stratificeren 

In ‘lagen’ of strata met gelijke kenmerken onderverdelen, bijvoorbeeld gestratificeerd naar leeftijd; stratificatie kan zowel voor de steekproeftrekking als bij de analyse plaatsvinden.

Stratum 

Laag; subgroep van een populatie met een of meer gelijke kenmerken.

Stress 

Stress is een vorm van spanning die in het lichaam optreedt als reactie op externe prikkels.

Stress-incontinentie 

Onwillekeurig urineverlies tijdens momenten van intra-abdominale drukverhoging (een verhoogde druk in buikholte en/of blaas), zoals tijdens inspanning of hoesten, zonder dat er sprake is van samentrekking van de blaasspier.

Stressverwerkingspatroon 

10e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Stroke 

Beroerte, CVA (Cerebro vasculair accident)

Stroke service 

Regionale zorgketen van zorgverleners die gezamenlijk een netwerk van integrale, deskundige, samenhangende zorg en behandeling voor patiënten met een beroerte waarborgen in alle fasen van de aandoening.

Stroke unit 

Afdeling van een ziekenhuis die zich richt op de adequate diagnostiek, zorg en behandeling van patiënten in de acute fase na een beroerte.

STRONG-kids 

Screening Tool Risk On Nutritional status and Growth, instrument voor screening van ondervoeding bij kinderen.

Structuurindicatoren 

Structuurindicatoren worden ingezet bij kwaliteitsmeting en hebben betrekking op menselijke, fysieke en financiële middelen om goede zorg te verlenen, zoals het aantal ingezette fte’ste (full time equivalent).

Studiebelastingsuren 

Het aantal uren dat een student gemiddeld nodig heeft om de vereiste competentieontwikkeling van een bepaalde leereenheid te kunnen behalen.

SuÔcidale ideatie 

Het aanhoudend denken aan of overwegen van suïcide.

SuÔcidaliteit 

Geneigdheid zich in gedachten en/of woorden en/of daden bezig te houden met de eigen levensbeëindiging.

SuÔcide 

Gedrag met dodelijke afloop t.g.v. door de betrokken persoon zelf geïnitieerde en uitgevoerde handeling(en).

SuÔcidepoging 

Gedrag zonder dodelijke afloop waarbij iemand zichzelf verwondt of een zodanige hoeveelheid van een bepaalde stof inneemt dat de norm voor wat algemeen als therapeutisch wordt beschouwd wordt overschreden.

SWAL-Qol 

Swallow Quality of life Questionaire, vragenlijst die de impact van slikproblemen op kwaliteit van leven inventariseert.

Syndroom van Korsakov 

Ziekte die op dementie lijkt, maar het niet is. De ziekte wordt veroorzaakt door een ernstig tekort aan vitamine B1 als gevolg van langdurig alcoholgebruik en slechte voeding. Mensen met het syndroom van Korsakov lijden aan geheugenverlies en vertellen vaak fantasieverhalen.

Syntactisch aspect 

De vormgeving van bepaalde informatie.

Taakstellende begroting 

Ook: budget. De voor een komende periode toegestane of vastgestelde inzet of verbruik van  personele en/of materiële middelen (of gewenste opbrengsten), veelal in geld uitgedrukt.

Taakvolwassenheid 

De mate waarin een medewerker zowel bekwaam als gemotiveerd is.

Taakzorgsysteem 

Zorgsysteem waarbij de uitvoerende handelingen door de zorgverleners bij zoveel mogelijk zorgvragers op dezelfde wijze worden verricht en door hun leidinggevende worden gecoördineerd.

Taal, verpleegkundige 

eenduidige verpleegkundige terminologie

Tacit knowledge 

Onbewuste kennis; intuïtie

Tarief 

Bedrag dat door de zorgvrager of door een zorgverzekeraar aan een zorgverlener of zorginstelling betaald moet worden voor de huisvesting, behandeling, verpleging en/of verzorging van een zorgvrager.

Teamzorgsysteem 

Zorgsysteem waarbij een vast team zowel de uitvoerende zorg als de coördinatie daarvan verricht voor een vaste, beperkte groep zorgvragers onder leiding of begeleiding van een teamleider.

Telemedicine 

Draadloos apparaat waarmee hartfrequentie en hartritme worden gemeten, kan o.a. worden toegepast bij ziekenhuisverplaatste zorg thuis.

Terminologie 

Verzameling van alle termen gebruikt in een bepaald kennisgebied

Theorie 

Een samenstel van een aantal concepten met de beschrijving van hun onderlinge samenhang

Therapeutisch groepswerk 

Psychotherapeutische technieken toepassen in een groep, onder andere door gebruik te maken van de interacties tussen de groepsleden.

Therapieontrouw 

Iemands weloverwogen keuze om een bepaalde therapeutische aanbeveling niet op te volgen.

Therapietrouw 

De mate waarin iemands gedrag (in termen van medicatie-inname, dieet volgen of veranderingen in leefregels uitvoeren) overeenkomt met medisch of gezondheidsadvies.

TIA 

Transient ischemic attack; voorbijgaand herseninfarct, doordat een bloedvat in de hersenen tijdelijk is verstopt door b.v. een bloedpropje. Er kunnen uitvalsverschijnselen ontstaan die enkele minuten tot een dag kunnen duren, maar er zijn geen of zeer weinig restverschijnselen.

TIME-model 

Model voor het beoordelen van moeilijke en complexe wonden. De letters staan voor:

T: Tissue: vitaal of niet vitaal? Bevat de wond niet-levensvatbaar of necrotisch weefsel?

I: Infection: is er sprake van infectie?

M: Moisture: is de wond vochtig of juist droog?

E: Edges: wondranden, zijn deze intact en niet ondermijnd?

TNF 

Tumor Necrosis Factor

Toegangstijd 

De wachttijd die een zorgvrager heeft alvorens toegelaten of opgenomen te worden in een bepaalde zorginstelling.

Toetsing 

Het meten van de mate waarin iemand over bepaalde kennis, vaardigheden en attitude (competenties) beschikt.

Toeval 

Ander woord voor insult, ook wel aanval genoemd, een abnormale ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen ten gevolge van epilepsie; kan ook een niet-epileptische oorzaak hebben.

Toewijding 

Het tonen van betrokkenheid van binnenuit, de ‘intense, trouwe, dienstige en verantwoordelijkheid aanvaardende inzet voor de ander en wat deze als een (wenselijk) goed ervaart’.

Toonaudiometrie 

Gehooronderzoek, waarbij de cliënt reageert op een geluid (stimulus), dat via een koptelefoon of vibrotorblokje wordt aangeboden m.b.v. een audiometer.

TOR-BSST 

Toronto Bedside Swallowing Screening Test, screeningsinstrument bij slikproblemen.

Totaalpercentage 

De percentages in een tabel, berekend over alle cellen (= hokjes) in die tabel

Transferability 

Verplaatsbaarheid, externe validiteit (onderzoeksjargon).

Transitional care 

Dit is een zorgvorm waarbij de focus ligt op een goede transitie van ziekenhuis naar huis: om heropnames te voorkomen en herstel na het ziekenhuis te bevorderen. Deze zorgvorm wordt toegepast bij hoog-risico groepen, zoals kwetsbare ouderen, mensen met hartfalen, COPD e.d.

Transmurale coŲrdinatie 

Het op elkaar afstemmen van de zorg of behandelingen verricht door verschillende betrokken zorginstellingen of –instanties.

Transmurale organisatiestructuur 

Organisatiestructuur waarbij de coördinatie van de zorg ook tussen zorginstellingen onderling is geregeld.

Transversaal (of dwarsdoorsnede)onderzoek 

Onderzoek waarbij men op dezelfde tijd zowel de ziekte als de te onderzoeken factoren bij een bepaalde populatie in kaart brengt.

Trauma 

1) wond, verwonding, 2) schokkende zielsaandoening

Trichotillomanie 

Stoornis in de impulsbeheersing, overmatige aandrang om haren uit te trekken waardoor vaak kale plekken ontstaan.

Trombolyse, intraveneuze 

Het oplossen van een bloedstolsel in een slagader met behulp van een medicijn via het infuus: een bewezen effectieve behandeling bij een acuut herseninfarct.

Tweede echelon 

De specialistische curatieve gezondheidszorg

Tweedelijns gezondheidszorg 

Zie: Tweede echelon

Uitkomstindicatoren 

Uitkomstindicatoren worden ingezet bij kwaliteitsmeting en kunnen inzicht geven in het effect van de zorg, zoals b.v. mortaliteits- en morbiditeitscijfers.

Uitscheidingspatroon 

3e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Uitsluitcriteria 

Zie: exclusiecriteria

ulceratie 

Verzwering, specifiek ook: een van de 5 fasen waarin ‘Verandering van het mondslijmvlies bij chemotherapie’ ontstaat:

1 initiatie (begin)

2 verhoogde activiteit van genen en cytokinenproductie

3 signalering en vermeerdering van cytokinen

4 ulceratie en

5 genezing

Unidimensionele methode 

Hulpmiddelen (b.v. pijnschalen) die slechts één dimensie van pijn beschrijven.

Unitlogistiek 

Logistiek die er op gericht is om afdelingen of disciplines die een bijdrage leveren aan een productie- of dienstverleningsproces zo effectief en efficiënt mogelijk te laten function.

Univariate analyse 

Analyse waarbij slechts één variabele betrokken is, frequentieverdeling.

Urge-incontinentie 

Voluit: urgency incontinentie: overactieve blaas, onwillekeurig urineverlies samengaand met of direct voorafgegaan door een plotselinge, onhoudbare mictiedrang.

Urgency incontinentie 

Onwillekeurig urineverlies samengaand met of direct voorafgegaan door een plotse, onhoudbare mictiedrang.

Urostoma 

Stoma waarbij de urineleiders worden aangesloten op een stukje ileum.

USD 

Utrechts Symptoom Dagboek: een symptoomlijst die de patiënt met vermoeidheid zelf invult. Met het USD wordt d.m.v. een numerieke score van 0-10 gevraagd aan te geven in welke mate hij symptomen van vermoeidheid ervaart.

V&VN 

V&VN (voorheen: AVVV) is een landelijke vereniging van verpleegkundigen en verzorgenden, die zich inzet voor individuele en collectieve belangenbehartiging van beroepsbeoefenaren in de verpleging en verzorging.

VAC 

Vacuümsysteem, gebaseerd op negatieve druk bij wondverzorging. Dit systeem is op de markt gebracht onder de naam Vacuum Assisted Closure (VAC). Hoewel dit begrip is ingeburgerd in de praktijk van de gezondheidszorg, zijn Lokale Vacuüm Therapie (LVT) of Negatieve Druk Therapie (NDT) termen die de aard van de behandeling neutraler weergeven.

Vakbekwaamheid 

Hierbij gaat het om hoe de verpleegkundige haar vak uitoefent. Er spelen, naast cognitieve, vooral ook affectieve aspecten een rol, bijvoorbeeld gevoeligheid en empathie

VAKK 

Besluitvormingsmodel in de verpleegkunde, bestaande uit:

-Verzamelen van informatie

-Analyse

-Kwaliteitscontrole

-Keuze

Validation 

'Waarderen' van wat is: deze benadering gaat ervan uit dat gedrag van mensen met dementie betekenis heeft en dat verzorgenden en familie in dat gedrag mee moeten gaan. Ontwikkeld door Naomi Feil.

Valideren 

Het aantonen van de validiteit van een variabele

Validiteit 

De mate waarin een variabele het bedoelde concept meet, geldigheid.

Vallen 

Een onbedoelde verandering van de lichaamspositie, die resulteert in het neerkomen op de grond of een ander lager niveau.

Vallen, gevaar voor 

Een onbedoelde verandering van de lichaamspositie, die resulteert in het neerkomen op de grond of een ander lager niveau

Variabele 

Een geoperationaliseerd, meetbaar gemaakt, concept

Variabele kosten 

Kosten die toe- of afnemen naarmate de productie of dienstverlening toeneemt of afneemt

VAS 

Visual Analogue Scale (beoordelingsschaal, van b.v. pijn of benauwdheid)

Vasculaire dementie 

Komt bij ca 15% van mensen met dementie voor en wordt vooral veroorzaakt door beschadigingen van het hersenweefsel a.g.v. atherosclerose en CVA. Het ziektebeloop is vaak grilliger dan bij 'gewone' dementie.

Vaste activa 

Bezittingen die niet op korte termijn in geld omzetbaar zijn

Vaste kosten 

Kosten die in een bepaalde mate onafhankelijk zijn van de omvang van de productie of dienstverlening

Vastgelegd 

Het betreffende is bepaald en gedocumenteerd. Medewerkers zijn op de hoogte van waar ze het betreffende kunnen vinden.

Vastgesteld 

Het betreffende is bepaald, afgesproken en als zodanig bekend bij relevante medewerkers

VBOC 

Verpleegkundige Beroepsstructuur en OpleidingsContinuüm

VDS 

Verbal Descriptor Scale, pijnschaal waarbij pijnintensiteit wordt aangeduid met woorden (b.v.: geen pijn, beetje pijn, matige pijn, veel pijn, extreme pijn).

Verbal Descriptor Scale 

Pijnschaal waarbij pijnintensiteit wordt aangeduid met woorden (b.v.: geen pijn, beetje pijn, matige pijn, veel pijn, extreme pijn).

Verbale apraxie 

Spraakstoornis, waarbij het programmeren van de achtereenvolgende spierbewegingen, ofwel het bewust plannen van de articulatie, gestoord is.

Verbetercyclus 

De “Deming Circle”, ook wel Plan-Do-Check-Act (PDCA) genoemd. Met betrekking tot kwaliteit wordt deze als volgt beschreven:

Plan: Bepalen van de gewenste kwaliteit van zorg die de organisatie levert

Do: Uitvoeren wat er is bepaald/vastgelegd

Check: Bewaken en controleren of daarmee de kwaliteit is behaald

Act: Verbeteren van de kwaliteit

Verdeelsleutel 

Criterium op basis waarvan bepaalde kosten worden doorberekend

Verdriet 

Natuurlijke menselijke reactie van onder andere psychosociale en fysiologische aard op b.v. een feitelijk of vermeend verlies (persoon, object, lichaamsfunctie, status, relatie).

Verenso 

Beroepsvereniging van specialisten ouderengeneeskunde, voorheen verpleeghuisartsen genoemd.

VerifiŽren 

Bevestigen of ondersteunen; onderzoeksresultaten zijn zoals op theoretische gronden verwacht werd

Verklarende epidemiologie 

Probeert de frequentie van gezondheidsproblemen in verband te brengen met mogelijke oorzaken (etiologische epidemiologie), mogelijke behandelingen (prognostische epidemiologie) en diagnostiek (diagnostische epidemiologie).

Verklarende statistiek 

Deze vorm van statistiek probeert inzicht te geven in de aard van gevonden waarden.

Vermijdbaar 

Een incident, complicatie of adverse event is in retrospect vermijdbaar als na systematische analyse van de gebeurtenis(sen) blijkt dat bepaalde maatregelen het incident, de complicatie of de adverse event hadden kunnen voorkomen.

Verminderde inspanningstolerantie 

Afgenomen fysiologische capaciteit om inspanning van een vereist of gewenst niveau te houden (Carpenito).

Verpleegkundig proces 

Het proces van verplegen, dat wil zeggen datgene wat tussen en met betrekking tot de patiënt, zijn mantelzorger(s) en de verpleegkundige ontstaat en zich afspeelt van het eerste tot en met het laatste contact.

Verpleegkundig redeneren 

Betere benaming binnen het vak verpleegkunde voor klinisch redeneren omdat verpleegkundigen, vanuit hun eigen vakgebied, andere aspecten in hun redeneerproces mee zullen nemen dan b.v. artsen (die vanuit een klinische blik redeneren).

Verpleegkundige 

Beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg: is verantwoordelijk voor de zelfstandige uitvoering van het verpleegkundige proces. Verpleegkundigen organiseren en coördineren de zorg rondom de individuele zorgvrager. Zij beschouwen het directe contact met de zorgvrager als het belangrijkste element in hun werk. Dit directe contact vormt het kader voor de verpleegkundige interventies en de basis voor het zorgarrangement.

Verpleegkundige anamnese 

Een anamne­se is het vraaggesprek met de patiënt en/of zijn verwanten met het doel gegevens te verzamelen over het functioneren, disfunctioneren en de behoeften van de patiënt.

Verpleegkundige diagnose 

1 Een vaststelling van iemands feitelijke of mogelijke reacties op gezondheidsproblemen of levensprocessen, op grond waarvan verpleegkundige zorg kan worden verleend.

2 Een verpleegkundige diagnose is een klinische uitspraak over de reacties van een persoon, gezin of groep op feitelijke of dreigende gezondheidsproblemen en/of levensprocessen. De verpleegkundige diagnose is de grondslag voor de keuze van verpleegkundige interventies, voor de resultaten waarvan de verpleegkundige aansprakelijk is (NANDA).

Verpleegkundige interventie 

Eén of meer verrichtingen, al dan niet in samenhang met één of meer andere patiënt/cliënt gebonden handelingen, die allemaal een gemeenschappelijk doel hebben en op basis van verpleegkundige besluitvorming gekozen zijn

Verpleegkundige richtlijn 

Een document dat tot doel heeft de besluitvorming van verpleegkundigen of verzorgenden te ondersteunen en aan te geven wat het beste gedaan kan worden gedurende een bepaald zorgproces bij een omschreven groep patiënten. Een richtlijn omvat systematisch ontwikkelde uitspraken waarin wetenschappelijke inzichten en klinische ervaring tot uitdrukking komt, geeft richting aan het zorgproces; het geeft aan wat er gedaan kan worden, ondersteunt de besluitvorming van zorgverleners en het verdient aanbeveling de richtlijn te volgen, echter indien de situatie dit toelaat mag van de richtlijn worden afgeweken.

Verpleegkundige standaard 

Uitspraak over een gewenst uitvoeringsniveau binnen één discipline; beschrijft het door de professie overeengekomen uitvoeringsniveau (verkregen via consensus), beschrijft een uitvoeringsniveau dat behaald moet worden, doet een uitspraak over de gewenste uitkomsten van zorg en biedt daarmee een middel tot toetsing, maar beschrijft niet hoe het uitvoeringsniveau behaald moet worden.

Verpleegkundige taal 

eenduidige verpleegkundige terminologie

Verpleegplan 

Een document waarin beschreven staat:

-de bij de patiënt vastgestelde verpleegkundige diagnoses

-de verpleegkundige interventies die voortvloeien uit de verpleegkundige diagnoses

-de beoogde resultaten die patiënt of diens vertegenwoordigers en verpleegkundige hierbij overeengekomen zijn

-de termijn waarbinnen het beoogde resultaat behaald moet zijn

-de wijze waarop nagegaan wordt of het beoogde resultaat behaald is

-welke verpleegkundige(n) het verpleegplan uitvoert(en)

Verpleegprobleem 

Verschijnsel(en) waarop de verpleegkundige zich richt, problemen die feitelijk optreden of op basis van deskundigheid zijn te voorzien als het gaat om fundamentele levensverrichtingen van het individu als gevolg van gezondheidsverstoringen.

Verplegen 

Het beroepsmatig ondersteunen en beïnvloeden van de vermogens van de zorgvrager  bij feitelijke of potentiële reacties op gezondheids- en/of daaraan gerelateerde bestaansproblemen en op behandeling of therapie, om het evenwicht tussen draagkracht en draaglast te handhaven of te herstellen.

Verschillenanalyse 

Analyse van de oorzaken van de verschillen (afwijkingen) tussen een budget enerzijds en de feitelijke kosten of uitgaven (of opbrengsten) anderzijds

Verstoord lichaamsbeeld 

Verandering in negatieve zin van hoe een persoon zich voelt, over zichzelf denkt en zichzelf ziet (Carpenito).

Verstoord slaappatroon 

Verandering in de duur of kwaliteit van de nachtrust die ongemak veroorzaakt of een belemmering vormt voor de gewenste manier van leven.

Verstoord zelfbeeld 

Verandering in negatieve zin van hoe een persoon zich voelt, over zichzelf denkt en zichzelf ziet (Carpenito).

Verstoorde verbale communicatie 

De mate waarin een individu minder goed of niet in staat is om informatie over te brengen of van een ander te ontvangen. Er zijn problemen met het uitwisselen van gedachten, ideeën of wensen.

Vertekening 

Zie: bias

Verwijtbaar 

Een incident, complicatie of adverse event is in retrospect verwijtbaar als na systematische analyse van de gebeurtenis(sen) blijkt dat de zorgverlener is tekort geschoten en/of onzorgvuldig is geweest in vergelijking met wat van een gemiddeld ervaren en bekwame beroepsgenoot in gelijke omstandigheden had mogen worden verwacht.

Verzorgende 

Beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg: biedt hulp op die plaatsen en die momenten waar in de primaire leefomgeving van de zorgvrager aanvulling nodig is. De primaire leefomgeving kan het eigen huishouden van de zorgvrager zijn, maar ook een vervangende leefomgeving, zoals een verzorgingshuis, een verpleeghuis, of een woonvorm voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten.

Het uitgangspunt van de zorgverlening is de handhaving en stimulering van de zelfredzaamheid van de zorgvrager. Waar de zelfredzaamheid van zorgvragers op somatisch of psychosociaal gebied te kort schiet, zullen de verzorgenden die stimuleren, ondersteunen of compensatie voor de beperking of handicap bieden.

VGZ 

Verstandelijk Gehandicapten Zorg

Vijfstapsmethode 

Besluitvormingsproces o.b.v. evidence based practice, bestaande uit:

1. Het klinische probleem vertalen in een beantwoordbare vraag

2. Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal

3. Het wegen van de gevonden evidence op methodologische kwaliteit en toepasbaarheid in de eigen situatie

4. Het nemen van een beslissing op grond van dit proces

5. Het regelmatig evalueren van dit proces

VIKC 

Verenigde Integrale KankerCentra

Vilans 

Kenniscentrum voor langdurende zorg, met als doelstelling: de langdurende zorg blijvend te verbeteren.

Visie 

In een visie staat beschreven hoe de organisatie in een voorliggende periode gestalte denkt te geven aan haar missie.

Visual Analogue Scale 

Beoordelingsschaal, van b.v. pijn of benauwdheid.

Vlottende activa 

Bezittingen die op korte termijn in geld omzetbaar zijn of dat reeds zijn.

VMS 

Veiligheids Management Systeem

Voedings- en stofwisselingspatroon 

2e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Voorlichting (aan patiŽnt) 

Plannen, uitvoeren en beoordelen van een voorlichtingsprogramma dat is toegespitst op de specifieke behoeften van de patiënt.

VPTZ 

Vrijwilligers Palliatief-Terminale Zorg

VPV 

Vereniging Patiëntenvoorlichting

Vraaggerichte zorg 

Bij vraaggerichte zorg doet de zorgaanbieder nadrukkelijk moeite om de bestaande zorgverlening aan te passen aan de specifieke behoeften en wensen van de individuele patiënt en zo veel mogelijk af te stemmen op de behoeftes van de zorgvrager.

Vrees-Vermijdings-model 

Verklaringsmodel van chronische pijnklachten; dit model gaat ervan uit dat gedachten van mensen ten aanzien van pijn sterk van invloed zijn op de pijn en de daarbij behorende functionele beperkingen.

VVV 

Verkorte vermoeidheids vragenlijst

Waan 

Eigen werkelijkheid, overtuiging die niet te weerleggen is met feiten of tegenargumenten.

Waarden- en levensovertuigingenpatroon 

11e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Wachttijd 

Tijd die het duurt alvorens een zorgvrager behandeld, verpleegd, verzorgd of gehuisvest wordt

Warme zorg 

Warme zorg is geïnspireerd op de gehechtheidstheorie van John Bowlby en is in ons land vooral onder de aandacht gebracht door de psychogerontoloog Bère Miesen. Bij warme zorg staat de intuïtieve, moederlijk beschermende rol van de begeleider centraal.

WBC 

Woon Begeleidings Centrum

WBP 

Wet Bescherming Persoonsgegevens

WCC 

Werkgroep Coderingen en Classificaties

WCET 

World Council of Enterostomal Therapists, in 1977 opgericht door Norma Gill uit de Verenigde Staten. Zij was de eerste stomatherapeute ter wereld.

Welbevinden 

Geuite mate van tevredenheid over de gezondheidstoestand

Werkbelasting 

De subjectief ervaren werklast of de psychosociale of psychosomatische gevolgen van een bepaalde werklast.

Werkdruk 

De subjectief ervaren werklast of de psychosociale of psychosomatische gevolgen van een bepaalde werklast.

Werklast 

De hoeveelheid werk die gedaan moet worden

Wetenschappelijke kennis 

(in de verpleegkunde): Kennis, niet alleen opgedaan uit de verplegingswetenschap, maar ook uit andere vakgebieden

WGBO 

Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst

WHO 

World Health Organisation

WHOQOL 

World Health Organization Quality Of Life

Wijsheid, praktische 

Wijsheid opgedaan door traditie en door vallen en opstaan

WKCZ 

Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector

WMO 

Wet Maatschappelijke Ondersteuning

WMO-loket 

Afdeling van de gemeente waar huishoudelijke hulp kan worden aangevraagd.

Wond 

Verbreking van de continuïteit van weefsel; beschadiging van de huid. (Om verwondingen aan andere weefselstructuren dan de huid te benoemen worden termen als letsel, contusie (= kneuzing), fractuur of ruptuur gebruikt.)

Wonddťbridement 

Verwijdering van niet vitaal (necrotisch) weefsel (débris) uit chronische wonden; bij ernstige chronische wonden is het vrijwel altijd noodzakelijk om een débridement uit te voeren alvorens met verbandtherapie te starten.

WVG 

Wet Voorzieningen Gehandicapten

Xerostomie 

droge mond, abnormale droogte van het mondslijmvlies

X-thorax 

Thoraxfoto, röntgenfoto van de borstkas, waarbij een indruk wordt verkregen van de grootte van het hart en van eventuele vochtophoping en/of uitzaaingen in de longen.

Zandbed 

Anti-decubitus bed, waarin de patiënt letterlijk in een “vloeistof” van siliconen korrels drijft alsof hij op drijfzand ligt (ook air-fluidised bed of AF-bed genoemd).

Zelfbeeld, verstoord 

Verandering in negatieve zin van hoe een persoon zich voelt, over zichzelf denkt en zichzelf ziet (Carpenito).

Zelfbelevingspatroon 

7e gezondheidspatroon van Gordon's anamnesestructuur, de Functionele gezondheidspatronen, zie aldaar.

Zelfbeschadigend gedrag 

Het zichzelf toebrengen van indirect letsel, zoals vergiftiging door het slikken van pillen, overmatig alcohol- en/of drugsgebruik, en (voornamelijk in de Engelse literatuur) ook suïcidepogingen.

Zelfkennis 

De mate van openstaan voor jezelf, zelfinzicht en zelfontplooiing

Zelfmanagement 

Zelfmanagement staat voor: mensen met een chronische aandoening in staat te stellen zelf besluiten te nemen en uit te voeren, het vertrouwen in het eigen kunnen te versterken en voor het aanreiken van een methodische aanpak om  persoonlijke doelen te realiseren.

Zelfsturend programma 

Programma dat zodanig is ingericht dat de student dit zelfstandig kan doorwerken

Zelfsturend team 

Organisatiestructuur waarbij de diverse disciplines geen eigen, afzonderlijk management (meer) hebben

Zelfsturing 

Het vermogen om zelfstandig te leren

Zelfverwondend gedrag 

Het zichzelf herhaaldelijk en op een directe manier toebrengen van lichte tot ernstige vormen van verwondingen aan de oppervlakte van het lichaam, zonder bewuste suïcidale intentie.

Zelfzorg 

Zelfzorg houdt o.m. in dat de patiënt verantwoordelijkheid neemt voor de ziekte en behandeling en dat hij de mogelijkheid heeft hierin zelfstandig keuzes te maken.

Zelfzorgtekort-syndroom 

Verpleegkundige diagnose, het niet (volledig) in staat zijn om elk van de vijf zelfzorgactiviteiten uit te voeren door een verstoord motorisch of cognitief functioneren (Carpenito).

Ziekte van Alzheimer 

Hersenaandoening, dementie, waarbij een vroege en een late variant wordt onderscheiden. Bij de ziekte van Alzheimer gaat de achteruitgang geleidelijk, waarbij het korte termijn geheugen als eerste tekort schiet. Later treden meer stoornissen op, m.n. in de zelfredzaamheid.

Ziekte van Creutzfeldt-Jakob 

Zeldzame hersenziekte, waarbij de hersencellen in een snel tempo afsterven.

Ziekte van Down 

De ziekte van Down is een aangeboren aandoening. Mensen met Down hebben naast een verstandelijke beperking vaak lichamelijke afwijkingen en gezondheidsproblemen. Hoe zij zich ontwikkelen en hoe ernstig de gezondheidsproblemen zijn, verschilt van persoon tot persoon.

ZIP 

Zorg Innovatie Platform

ZME 

Zelfmanagement educatie: behelst meer dan het geven van informatie. Het richt zich op het (helpen) ontwikkelen van intrinsieke motivatie, inzichten en vaardigheden die de patiënt in staat stellen hun ziekte en hieruit voortvloeiende consequenties op langere termijn en onder wisselende omstandigheden adequaat te hanteren.

ZonMw 

Organisatie ter verbetering van preventie, zorg en gezondheid door het stimuleren en financieren van onderzoek, ontwikkeling en implementatie.

Zorgactant 

Persoon, organisatie en/of voorziening die actief betrokken is bij een zorgactiviteit

Zorgactiviteit 

Activiteit die voor een zorgontvanger wordt uitgevoerd door een zorgactant met als doel het rechtstreeks of indirect verbeteren of handhaven van de gezondheid van die zorgontvanger.

Zorgactiviteit, aanvullende 

Activiteit die voor een zorgontvanger wordt uitgevoerd door een willekeurige andere zorgverleningspartij dan een zorgverlener.

Zorgbehoeftenlijst 

Vragenlijst voor het meten van zorg- en rehabilitatiebehoeften bij mensen met ernstige psychische problematiek.

ZorgcoŲrdinatiestructuur 

Organisatiestructuur waarbij de coördinatie van de totale zorg van zorgvragers door interdisciplinair overleg tot stand komt.

Zorgdoel 

Gewenste resultaat van een zorgplan, dat wordt beschouwd als een tussenliggende operationele stap om de uiteindelijke doelstelling van een zorgprogramma te bereiken.

Zorgdossier 

Verzameling van informatie met betrekking tot de gezondheid van een zorgontvanger

Zorginnovatie 

Zorginnovatie staat voor het vernieuwing van producten, productieprocessen, diensten of dienstverleningsprocessen, met inbegrip van de wijze waarop de arbeid isgeorganiseerd. Dit ter versterking van het verlenen van patiëntgerichte zorg aan chronisch zieken of ouderen in een netwerk van zorgaanbieders of ter verhoging van de effectiviteit van de arbeid die wordt geleverd voor het verlenen van zorg aan chronisch zieken of ouderen.

Zorgketen 

Organisaties die in een keten samenwerken noemen zich een zorgketen.

Zorgmanagement-structuur 

Organisatiestructuur waarbij de coördinatie van de totale zorg van zorgvragers door disciplineoverstijgend management tot stand komt

Zorgmandaat 

Mandaat dat aan één zorgverleningspartij is verleend voor het verlenen van zorgdiensten aan een zorgontvanger, evenals het lokaal beheer van de informatie die betrekking heeft op de gezondheid van die zorgontvanger.

Zorgontvanger 

Persoon die volgens een planning zorgverleningsdiensten zal ontvangen, of die zorgverleningsdiensten ontvangt of heeft ontvangen.

Zorgpad (ook: klinisch pad) 

Een verzamelling van methoden en hulpmiddelen om de leden van het multidisciplinaire en interprofessionele team op elkaar af te stemmen en taakafspraken te maken voor een specifieke patiëntenpopulatie; concretisering van een zorgprogramma, met als doel: kwalitatieve en efficiënte zorgverlening te verzekeren.

Zorgpakket 

Verzameling zorgverleningsdiensten die moeten worden uitgevoerd, die worden uitgevoerd of die werden uitgevoerd voor een zorgontvanger door een of meer zorgverleners met betrekking tot één keten van gezondheidskwesties, in het kader van een zorgplan of een zorgprogramma.

Zorgperiode 

Tijdsinterval waarin een of meer contacten plaatsvinden tussen een zorgontvanger en een zorgverlener in het kader van een zorgmandaat.

Zorgplan 

Beschrijving van geplande en persoonlijke zorgpakketten waarin een of meer gezondheidskwesties worden behandeld, en die alle door een zorgprofessional aan een zorgontvanger te verlenen zorgdiensten omvatten.

Zorgprofessional 

Persoon die actief is in de rechtstreekse verlening van zorgdiensten

Zorgprogramma 

Beschrijving van geplande en persoonlijke zorgpakketten die door één zorgverleningsorganisatie zijn aangenomen, doorgaans van informatie voorzien middels een of meerdere protocollen, ter behandeling van een of meer gezondheidskwesties, waarbij rekening wordt gehouden met een of meer ketens van gezondheidskwesties, en die alle zorgactiviteiten omvatten die door een of meer zorgverleningspartijen moeten worden uitgevoerd voor een zorgontvanger.

Zorgresultaat 

Een zorgresultaat beschrijft de algemene toestand, gedraging of opvatting van een patiënt die voortvloeit uit een verpleegkundige interventie.

Zorgsituatie 

Het geheel van omstandigheden aangeduid (intra-, semi, extra- of transmuraal) waarin het verplegend en verzorgend personeel zorg verleent aan een individu, groep of populatie.

Zorgverlener 

Zorgprofessional of zorgverleningsorganisatie die actief is in de rechtstreekse verlening van zorgdiensten

Zorgvoorziening 

Voorziening of apparatuur die wordt gebruikt bij de verlening van zorgdiensten

Zorgvraag 

Vraag die wordt uitgesproken door een zorgverleningspartij voor het verlenen van zorgdiensten aan een zorgontvanger.

Zorgvuldigheidseisen 

Eisen die de arts in acht moet nemen bij het stellen van de indicatie en uitvoering van euthanasie; aan de hand van deze zorgvuldigheidseisen wordt de euthanasie beoordeeld door de regionale toetsingscommissie. Zo'n commissie bestaat uit een jurist, een arts en een ethicus.

Zorgzwaarte 

De hoeveelheid zorg die een bepaalde zorgvrager nodig heeft

Zorgzwaartepakket 

Een bepaalde categorie zorgvragers in de care-sector waarvoor op basis van hun zorgzwaarte een bepaald tarief  is vastgesteld

Zuivering 

Het resultaat van kritische reflectie op eigen waardeoordelen en verklaringen, dat ruimte schept voor de ander om te verschijnen zoals hij kan en wil zijn.

Zwart-geel-rood model 

Praktisch hulpmiddel voor lokale wondbehandeling na verwijdering van necrose van de Woundcare Consultant Society (WCS). De kleuren verwijzen naar de kleur van de wondbasis en de daarmee samenhangende kwaliteit van het wondoppervlak.

ZZP 

ZorgZwaartePakket: een bepaalde categorie zorgvragers in de care-sector waarvoor op basis van hun zorgzwaarte een bepaald tarief  is vastgesteld.